Levensloop Joseph Wibbens

Personalia.

  1. Geboortedatum: 13 maart 1874.
  2. Geboorteplaats : Middelstum (prov. Groningen).
  3. Doopdatum : 1896
  4. Ingezegend : Op conferentie 2.8.1908, door Klingbeil.
  5. Ouders         :   Vader sterft als Joseph 19 jaar oud is.
  6. Broers/zusters : Twee zusters.
  7. Echtgenote :   Hermiena Linschoten.
  8. Overleden: 1973

Deze beknopte biografie van J. Wibbens bestaat uit twee delen. Het eerste deel (Levensloop in context) bestaat uit een levensloop zonder verwijzingen. Het tweede deel is chronologisch met bronverwijzingen. Een aantal bronnen kan worden opgeroepen via een link in de tekst. Waar dat niet het geval is, kan in de meeste gevallen de bron achterhaald worden door een bezoek aan het Utrechts Archief en/of naar het documentatiecentrum van SHANA. De adressen zijn te vinden op de homepage van deze website.

Levensloop in context

Van Amerika naar Nederland
Wibbens behoort tot de pioniers van het zevendedagsadventisme in Nederland en België. Geboren in de provincie Groningen (Middelstum), emigreert hij op twintig jarige leeftijd naar de Verenigde Staten. Daar woont een oom die Zevende-dags Adventist is. Wibbens besluit ook adventist te worden en gaat theologie studeren. Hij doorloopt een spoedcursus te Battle Creek (Michigan) en woont en werkt daarna als aankomend predikant in de staat Colorado. In het voorjaar van 1901 wordt hij gevraagd als ‘zendeling’ naar Nederland te gaan. Zijn thuisgemeente in Colorado zal twee jaar lang zijn salaris betalen. In mei van 1901 komt hij in Nederland aan. Reinhold Klingbeil, voorzitter van het Nederlandse Veld, wacht hem op in de haven van Rotterdam.

Wibbens begint zijn loopbaan in de provincie Noord Holland. Vooral in Amsterdam en omgeving. Hij werkt daar nauw samen met de Pieter Schilstra. Beiden houden openbare lezingen in het centrum van de stad.

In jan 1902 wordt de Nederlandse Vereniging van de Zevende-dags adventisten opgericht. In de zomer van 1902 verlaten bijna 200 leden de kerk. Wibbens neemt samen met Schilstra en Wintzen stelling tegen deze afscheidingsbeweging. Slechts 47 van de 240 leden en 4 van de 7 werkers blijven over. Ludwig Conradi, leider van de Adventkerk in Europa, noemt als oorzaken: ‘Nationalistische gevoelens tegenover sommige buitenlanders, de heiligdomsleer en de Amerikaanse visionaire Ellen White’.

Omdat Wibbens de afscheiding van binnenuit heeft meegemaakt is hij een belangrijke bron. In een studie uit 1953 legt hij de blaam bij Uriah Smith, de schrijver van het in adventistische kring gezaghebbende commentaar ‘Gedachten over Daniël en de Openbaring’.

In de afscheiding van 1902 gaat het vooral over de uitleg van het boek Daniël. Volgens Uriah Smith en ook Ellen White zou hoofdstuk 8 vers 14 naar het jaar 1844 verwijzen. Het jaar dat de laatste fase van de heilsgeschiedenis zou inluiden. De oppositie belegt in mei een algemene vergadering te Rotterdam. Het merendeel van de leden is daarbij aanwezig. Ook een vier man sterke delegatie van de Europese Divisie o.l.v. Conradi is aanwezig. De verzen 13 en 14 van hoofdstuk 8 spreken over een macht (een kleine hoorn) die de tempeldienst (het dagelijks offer) 2300 dagen lang verontreinigt.

Bepalend is of het om profetische of letterlijke dagen gaat. Volgens de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100 n. Chr.) gaat het om letterlijke dagen. Hij wijst de heidense vorst Antiochus Epiphanus aan als de macht die het heiligdom verontreinigt. Op zijn bevel wordt namelijk in 176 v. Chr. een beeld van de Romeinse god Jupiter in de tempel geplaatst. Het Joodse verzet door de Makkabeën maakt daar ongeveer drie jaar later een eind aan. Vervolgens wordt de tempel gereinigd (zie 1 Makk. 4:36-61) en weer in gebruik genomen. Het gaat in Daniël 8 dus over vervulde profetie in een ver verleden. De oppositie sluit zich bij dit standpunt aan.

Volgens Wibbens gaat het in Daniël 8 in eerste instantie over ‘het werk’ dat in het heiligdom verricht wordt. Het geschiedkundige aspect komt op de tweede plaats.

De apostel Johannes ziet in het boek de Openbaring (hoofdstuk 11:19) de ‘Ark van het Verbond’ in het geopende hemelse heiligdom. Een scène die herinnert aan de grote verzoendag. Zoals bekend, is de ‘grote verzoendag’ (Yom Kippur) in Israël een dag van ‘oordeel en verzoening’. In de christelijke verdieping wordt deze dag betrokken op ‘het laatste oordeel’. Door adventisten ook wel de anti-typische Grote Verzoendag genoemd. Yom Kippur staat voor het ‘type’. Het ‘herstel’ van het hemels heiligdom (na 2300 avonden en morgens) staat dan voor het antitype. Christus zelf speelt daarin de hoofdrol als hogepriester. Vandaar ook dat voor het ‘herstel’ van het heiligdom in Daniël 8:14 in het Hebreeuws het woord ‘tzadak’ gebruikt wordt dat ‘gerechtvaardigd worden’ betekent, aldus Wibbens.

Volgens Ellen White, is dit een beslissend moment in de kosmische strijd tussen God en Satan. Adventisten zien de 2300 avonden en morgens uit Dan. 8:14 dan ook als profetische dagen in de zin van jaren. De 2300 jaren (vanaf 457 voor Christus) lopen ten einde in oktober 1844. Vanaf die tijd begint de antitypische grote verzoendag als het begin van de eindtijd. Aan deze tijd komt een einde bij de terugkomst van Christus. Voor een verdere uiteenzetting over de afscheiding, zie ‘Levensloop in Context’ van Reinhold Gustav Klingbeil.

Na de afscheiding treedt Reinhold Klingbeil terug als voorzitter. Een jaar later vertrekt hij naar België als predikantevangelist. Hanz Schuberth uit Duitsland neemt in het Nederlandse Veld tijdelijk zijn plaats in. Wibbens, samen met Schilstra en Wintzen zijn de enige werkers die overblijven.

Wibbens wordt in het verslag van de jaarconferentie in december 1904 te Amsterdam genoemd als hulppredikant en secretaris van het Veldbestuur. Hij is ook actief als vertaler van Engelstalige adventistische lectuur. Bovendien werkt hij mee als redacteur van de gemeentebladen ‘Zions -Wachter’, en ‘De Arbeider’. Hij heeft capaciteiten als leider. Hij opgeleid in de Verenigde Staten. Dit maakt hem geschikt om Klingbeil te vervangen of op te volgen. Klingbeil woont in 1904 nog steeds in België en sticht daar de adventgemeenten Antwerpen en Brussel. In 1905 heeft hij de leiding over het werk in Nederland en België.

Tijdens de jaarconferentie te Amsterdam in 1905 wordt Wibbens de stad Utrecht (en omgeving) toegewezen. In Utrecht is al eerder een begin gemaakt door Klingbeil. Onder Wibbens breidt de groep zich uit. Eind 1905 verhuist hij van Utrecht naar Hilversum. Hij begint met openbare lezingen en richt in tien maanden tijd, ondanks heftige tegenstand, een groep op.

In augustus 1906 verhuist Wibbens naar Den Haag. Hij werkt daar twee jaar met succes aan de uitbreiding van de gemeente. In 1908 wordt hij ingezegend als predikant. In datzelfde jaar wordt Klingbeil verplaatst naar Den Haag als voorzitter van zowel het Vlaamse als ook het Nederlandse Veld. Wibbens neemt zijn werk in Vlaanderen over. Vanaf 1 jan 1910 worden het Vlaamse en Waalse deel samengevoegd tot het Belgische Veld met Klingbeil als voorzitter. In 1911 wordt Klingbeil herkozen tot voorzitter van het verenigde Belgische Veld. Hij verhuist daarop naar België.

Wibbens en zijn vrouw nemen op hun beurt intrek in een woning aan de Valkenboschkade in Den Haag. Het echtpaar krijgt het moeilijk. Zijn vrouw kan in Nederland niet aarden. ‘Zij spreekt gebroken Nederlands en heeft geen interesse om het te leren’, aldus een tijdgenoot. De spanningen nemen toe. Zij komt uit een welgestelde familie en keert op nieuwjaarsdag 1914 terug naar de Verenigde Staten. Wibbens wacht vergeefs op haar terugkomst.

Eerste Nederlandse voorzitter
Bij zijn terugkomst naar Nederland wordt Wibbens gekozen tot voorzitter van het Nederlandse Veld. Hij is de eerste Nederlander in deze functie. Een periode onder Nederlands leiderschap breekt aan (1911-1919).

Er wordt in die tijd veel aan tent-evangelisatie gedaan. Deze vorm van evangelisatie is afkomstig uit de Verenigde Staten (campmeeting). Het huren van ruimten voor openbare lezingen is moeilijk in België. Eerst wordt toegezegd. Daarna blijkt dat ‘meneer’ pastoor zich er mee bemoeid heeft. De afspraak gaat niet door.

Met de oprichting van een tentindustrie op de campus van het theologisch seminarie Friedensau in Duitsland, neemt het gebruik van tenten toe. Adventistische tentmakers zwermen uit over Europa en bieden hun diensten aan. De eerste grote linnen tent met 400 zitplaatsen is een geschenk uit de Verenigde Staten. De tent wordt voor het eerst ingezet in het najaar van 1907 te Brussel door Klingbeil. Een paar jaar later worden nog twee extra tenten aangeschaft. Vanaf 1910 worden tenten ook in Nederland ingezet.

Het opzetten van een tent is zeer arbeidsintensief. Er moet een vrachtwagen aan te pas komen om de tent te vervoeren. Leden van de plaatselijke adventgemeente worden gemobiliseerd om de tent op te zetten. ’s Nachts wordt de tent bewaakt door een ‘tentbewaarder.’ Deze slaapt samen met twee hulpkrachten in een kleine tent naast de grote. Bij harde wind of regen moet de spanning van het tentdoek worden gehaald. ’s Avonds wordt de tentsamenkomst opgeluisterd met lichtbeelden, geprojecteerd op een scherm m.b.v. een toverlantaarn. Dit blijkt een uitstekend middel om historisch profetische onderwerpen inzichtelijk te maken. Tijdens de jaarconferentie van 1908 in Den Haag wordt een permanent tentfonds opgericht. Tenten uit die tijd zijn namelijk geen lang leven beschoren. Ze moeten dikwijls gerepareerd worden. Een nieuwe tent kost rond 1910 ongeveer 1700,- gulden.

Wibbens legt zich in die periode vooral toe op het uitgeverswerk. De uitgeverij en het boekendepot bevinden zich bij hem aan huis. Onder zijn leiding stijgt het aantal colporteurs. Duitstalige invulformulieren, worden nu in het Nederlands gedrukt. Wibbens streeft naar een grotere zelfstandigheid voor het Nederlandse Veld.

De jaarconferentie van 2 juli 1918 vindt plaats in Den Haag. Het is de enige conferentie ooit zonder Duitse aanwezigheid. Er is sprake van een nieuw elan. Nieuwe statuten worden opgesteld. Er wordt gestreefd naar het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid voor de organisatie. De hang naar zelfstandigheid is groot. Als voorschot daarop wordt het Nederlandse Veld alvast opgesplitst in twee delen (oost en west). Dit als aanloop op het verkrijgen van een conferentiestatus. Als zelfstandige organisatie kan het Nederlandse Veld gemakkelijker aan Engeland of Scandinavië gekoppeld worden in plaats van Duitsland.

Excursus: De spanning tussen de Nederlandse en de Duitse leiding

In 1885 verrijst het eerste gebouw van de Adventkerk in Europa. Het betreft een uitgeverij annex drukkerij te Bazel (Zwitserland). In 1889 verhuist de uitgeverij op voorspraak van Conradi naar Hamburg. Tegelijkertijd wordt een opleidingscentrum voor boekevangelisten in het leven geroepen. Hiermee gaat een hartenwens van Conradi in vervulling. Uitgeverswerk en colportage zijn namelijk zijn paradepaarden. De scheidslijn tussen boekevangelist en predikant is dun in die dagen. Vooral als de predikant nog geen gemeente gesticht heeft.

Dit systeem staat in het Nederlandse Veld nog in de kinderschoenen. Het wordt onder Klingbeil en Wibbens minder rigoureus toegepast als in Duitsland. Het boekendepot bevindt zich bij Wibbens aan huis. De kosten zijn gemakkelijk te overzien. Er bestaat daarom geen noodzaak om voor predikanten jaarlijks verkoopsquota vast te stellen. Onder Wibbens houden predikanten zich voornamelijk bezig met gemeentewerk en openbare lezingen, terwijl colporteurs colporteren. Daar komt bij het vertrek van Wibbens en Klingbeil naar België verandering in. Een Duitse periode breekt aan. De ‘gouden formule’ van Conradi wordt nu in het Nederlandse Veld met kracht in werking gesteld. In 1924 wordt met geld uit Duitsland een pand gekocht in een van de duurste wijken van Den Haag. Het moet dienst doen als filiaal van het centrale uitgevershuis in Hamburg. Belangrijke taken worden nu door het filiaal overgenomen.

Conradi wil na de Eerste Wereldoorlog het Nederlandse- en het Belgische Veld kost wat kost behouden voor de ingekrompen Centraal Europese Divisie met Duitsland als kerngebied. Vooral met het oog op de overzeese gebiedsdelen als mogelijke (Duitse) zendingsgebieden. Het Belgische veld haakt echter af en wordt bij Frankrijk gevoegd. Dit als gevolg van de oppositie door Johan Hendrik Weidner. Hij is de zwager van Wibbens en tevens de best opgeleide Nederlandse adventpredikant.Volgens zijn zuster (S.E.Brouwer-Weidner), was hij kandidaat predikant van de Nederlands Hervormde Kerk toen hij adventist werd. Weidner spreekt vloeiend Frans, Duits en Engels. Heeft gestudeerd op het seminarie te Friedensau, maar ook in Londen en Watford. Om te voorkomen dat het Nederlandse Veld eveneens verloren gaat voor de Centraal-Europese Divisie, wordt de Duitser Joseph Wintzen tot voorzitter benoemd. Waarop Wibbens, Klingbeil, Schilstra en Weidner uitwijken uit naar het buitenland en voor het werk in Nederland verloren gaan. Zij krijgen geen kans om terug te keren. Een Duitse periode breekt aan.

Duitsland heeft de oorlog verloren. Lijdt daardoor aan prestigeverlies. Ook binnen de kerk. Duitse koloniën in Afrika worden verdeeld onder Engelsen en Fransen. Duitse zendelingen worden gevangen gezet en uitgewezen. Amerikaanse zendelingen nemen hun plaatsen in (het Amerikaanse uur). Duitsland is, volgens het verdrag van Versailles, ongeschikt als koloniaalmacht. Dit veroorzaakt in Duitsland een collectief trauma. Het wordt de ‘grote leugen van Versailles’ genoemd. Men voelt de behoefte om het tegendeel te bewijzen. Er wordt naar nieuwe zendingsvelden gezocht. Nederlands Indië dient zich aan. In 1921 vertrekken de eerste Duitse zendelingen. Het Nederlandse Veld wordt vanaf 20 januari 1922 gebruikt als springplank voor de Duitse zending die werkeloos thuis zitten. De Duitse invloed op het Nederlandse Veld wordt daardoor sterker. Duitse voorzitters, penningmeesters en predikanten maken nu de dienst uit. Daar komt pas in 1944 een einde aan.

Wibbens is bijzonder geïnteresseerd in de profetische uitleg. Vooral de ‘Oosterse kwestie’ trekt zijn belangstelling. Het inkrimpen van het Osmaanse rijk wordt door hem opgevat als de vervulling van de profetieën in de bijbelboeken Daniël en de Openbaring. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, ziet hij daarin een teken van het naderende einde (Harmagedon).

Duitse Zevende-dags adventisten stellen zich tijdens de Eerste Wereldoorlog zeer patriottisch op. Er wordt bewust voor de dienstplicht gekozen. Wibbens heeft het daar moeilijk mee. Hij helpt de proponent Hendrik Twijnstra om in Nederland vrijstelling te krijgen. Hij staat bekend als de eerste adventistische gewetensbezwaarde dienstweigeraar in Nederland (1916). In 1922 wordt het recht daartoe officieel opgenomen in de Nederlandse grondwet.

Wibbens verkeert in een moeilijke positie. Hij moet het Duitse standpunt in Nederland verdedigen. Ondertussen is daar een antimilitaristische tegenbeweging ontstaan. Deze beweging noemt zichzelf ‘Reformatiebeweging.’ In de zin van de enige ware Adventkerk. Deze beweging is ook in Nederland actief. Ongeveer 60 leden verlaten daar de kerk, waaronder ook enkele werkers.

Wibbens onderhoudt tijdens zijn voorzitterschap goede contacten met de Zevende-dags baptisten Hij organiseert een aantal keren doopdiensten in hun kerkgebouw te Rotterdam. Hij viert samen met hen het Heilig Avondmaal, aansluitend op een doopdienst.

Het eerste eigen kerkgebouwtje in Nederland wordt geplaatst te Wildervank. Het betreft een houten optrekje, dat verplaatsbaar is. Bedoeld als verplaatsbare houten ‘evangelisatietent’ dat tien jaar eerder op aandringen van Wintzen is aangeschaft. De houten ‘tent’ krijgt nu voor het eerst een ‘vaste’ bestemming. Het optrekje wordt tevens te huur aangeboden aan anderen. Er wordt veel ophef over gemaakt in de plaatselijke pers. WJ??? verricht de inwijding in februari 1914.
In 1919 verhuist Wibbens voorgoed naar België als voorzitter. Hij is dan 45 jaar oud. Datzelfde jaar trouwt hij met de 36 jarige Hermiena Linschoten uit Den Haag. Hermiena is voor Wibbens geen onbekende. Hij heeft haar in zijn Haagse periode meerdere keren ontmoet. De familie Linschoten maakt deel uit van de eerste groep adventisten in Den Haag. Hermiena woont al vanaf 1906 te Antwerpen. Zij assisteert Klingbeil bij zijn evangelisatiearbeid. Zij is goed ingeburgerd als ze in 1919 met Wibbens trouwt. Zij vestigen zich te Boitsford, een voorstad van Brussel. Daar stort zij zich met succes op het jeugdwerk. Na enkele jaren verhuist het echtpaar naar Schaarbeek, ook in de buurt van Brussel. Vervolgens naar Gent en uiteindelijk naar het hoofdkantoor te Brussel aan de Sint Allardstraat, dichtbij het ‘Palais de Justice’. Een huis met mooie kamers, maar weinig zon. Als Wibbens met pensioen gaat vestigt het echtpaar zich te Antwerpen aan de Vijverlaan nr. 53. Hermiena komt daar in 1956 in een rolstoel terecht als gevolg van een verlamming aan de ruggenwervel. Zij overlijdt twee jaar later. Wibbens brengt zijn laatste jaren door in het adventistische rusthuis La Manière te Ittre (België) waar hij op 12 mei 1973 overlijdt. Hij is op tien maanden na 100 jaar geworden. Hij heeft pioniers als Klingbeil en Weidner met vele jaren overleefd.

Een aantal brieven van Hermiena Wibbens-Linschoten geeft een persoonlijke blik op de hierboven beschreven periode.

Brief Maart 1950 (1)  (2)  (3)  (4)

Brief Maart 1955 (1)  (2)

Brief April 1955 (1)  (2)  (3)

Briefkaart Maart 1956

 

Functie(s) en werkzaamheden van jaar tot jaar

Inhoud

1. Student, hulppredikant, secretaris, redacteur en vertaler (1894-1904).
2. Stichter en bouwer van Gemeenten (1904-1908).
3. Ingezegend predikant in Den Haag en Brussel (1908-1911).
4. Voorzitter Nederlandse Veld (1911-1919).
5. Belgische periode (1919-1973).
6. Twee sollicitaties om in Nederland te mogen werken (1923) en (1941).

Student, hulppredikant, secretaris, redacteur en vertaler (1894-1904).

1894. Wibbens emigreert op twintig jarige leeftijd alleen naar de Verenigde Staten. Hij woont in bij zijn oom. Een kleermaker die adventist is geworden. Joseph laat zich dopen en wil predikant worden. Hij voltooit zijn studie theologie te Battle Creek, Michigan. Daarna krijgt hij als hulppredikant een aanstelling in de Staat Colorado. Daar ontvangt hij in het voorjaar van 1901 een aanbod om als zendeling naar Nederland te gaan. De Conferentie te Colorado is bereid voor twee jaar zijn salaris te betalen.
1901 (voorjaar). Joseph arriveert samen met zijn Amerikaanse vrouw op 1 mei te Rotterdam. Klingbeil, kerkleider van het Nederlandse Veld wacht hen op aan de kade. Hij wordt als hulppredikant te werk gesteld in de provincie Noord Holland en maakt in Amsterdam kennis met Joseph Wintzen. Samen colporteren zij in Alkmaar en Hoorn. Door hun inzet groeit de adventgemeente Amsterdam. (Adventbode, 1 april 1958, p.3).

1902 (zomer). Een grote afscheiding vindt plaats. 47 van de 240 leden blijven over. Joseph keert zich samen met Pieter Schilstra en Wintzen tegen afscheiding. Zij zijn de enige werkers die overblijven. Klingbeil, pionier en verantwoordelijke leider ‘wankelt’, en treedt terug als predikant en kerkleider. Hanz Schuberth, een kerkleider uit Duitsland, neemt tijdelijk voor hem waar. In 1903 verhuist Klingbeil naar België. Hij sticht daar de adventgemeenten Antwerpen en Brussel. Wibbens krijgt daardoor al spoedig meer bevoegdheden in het Nederlandse Veld. Hij neemt geleidelijk aan taken over van Klingbeil en laat zich vaker in Den Haag zien.

Wibbens neemt in 1902 actief deel aan de discussie met de tegenpartij. Hij is een belangrijke ooggetuige. Hij reageert in de jaren 50 in een aantal brieven gericht aan Frederik Voorthuis. Volgens Wibbens raken Uriah Smith en Conradi in hun commentaren verstrikt in geopolitieke verklaringen. In het bijzonder m.b.t. Daniël 8:11-14. Zij hebben te weinig oog voor zinnebeeldige dimensies.

1904 (sept.) De familie Wibbens verhuist naar Amsterdam. zij wonen (sinds half sept.) in de van Oostadestraat 74, 2 hoog. Wibbens werkt nauw samen met Schilstra. De Adventgemeente Amsterdam beschikt over een lokaaltje voor de wekelijkse samenkomsten aan de 2e Weteringdwarsstr. nr. 43, met 50 zitplaatsen en een orgel. Aan de Kloveniersburgwal nr. 100 wordt een zaal gehuurd voor Openbare Lezingen. (Kloveniersburgwal).

1904 (dec.). Een jaarconferentie vindt plaats te Amsterdam. Wibbens mag de Conferentie organiseren. Hij staat bekend als een goede organisator. In het verslag wordt hij genoemd als hulppredikant (samen met Schilstra en Wintzen). Bovendien wordt hij benoemd tot secretaris van het Veldbestuur en beheerder van de Centrale Armenkas. Ook wordt hij als redacteur betrokken bij het evangelisatieblad ‘Zions-Wachter’ en het kerkblad ‘De Arbeider’. Ook houdt hij zich bezig met het vertalen van Engelstalige adventistische literatuur in het Nederlands. Het aantal gedoopte leden is inmiddels gestegen tot honderd.

Stichter en bouwer van Gemeenten (1904-1908)

1905. De familie Wibbens verhuist naar Utrecht. Dit is op de jaarconferentie besloten. Klingbeil heeft daar eerder gewerkt (voor zijn vertrek naar Antwerpen in 1903). Wibbens moet de gewekte belangstelling opvolgen. In Utrecht wordt een groot aantal abonnementen op het evangelisatieblad ‘Zions-Wachter’ afgesloten. Wibbens gaat de adressen langs.

Bovendien houdt hij openbare lezingen in ‘Het Militair Tehuis’. Half oktober begint hij ook te Hilversum en gaat daar in december wonen. Er verschijnen artikelen tegen het vieren van de sabbat als rustdag in een van de weekbladen. Wibbens krijgt gelegenheid om daarop te reageren. In het officiële orgaan van de Nederlands Hervormde Kerk wordt de polemiek over de sabbat verder gevoerd. Wibbens schrijft een ‘Open Brief’ aan een van de predikanten. Daarvan worden honderden exemplaren huis aan huis verspreid met bijvoeging van traktaten over de sabbat.

1906. De familie Wibbens verlaat Hilversum na het oprichten van een groep. Zij vestigen zich nu in Den Haag. Wibbens werkt daar nauw samen met de bijbelarbeidster N.Waaijer. In juni begint hij met openbare lezingen (later ook in Scheveningen). Het blad de ‘Zions-Wachter’, wordt door gemeenteleden op treinstations te koop aangeboden. Een nieuw gemeentelokaal aan de Zuidwal 63 wordt in gebruik genomen.

1907. Het zaaltje blijkt al gauw te klein voor de groeiende gemeente. Wibbens vindt een nieuwe ruimte in de Bilderdijkstr. 45. Het betreft een ontruimde kleuterschool die voor twee jaar gehuurd wordt. Wibbens werkt nauw samen met collega J.L. Loots uit Antwerpen.

Ingezegend predikant in Den Haag en Brussel (1908-1911)

1908 (aug.). Een jaarconferentie in Den Haag vindt plaats van 30 juli tot 2 augustus. Wibbens heeft een belangrijk aandeel in de organisatie. Hij wordt ingezegend als predikant (samen met Schilstra en Wintzen). Het boek ‘Getuigenissen voor de gemeente’, geschreven door Ellen White, wordt voor het eerst in het Nederlands vertaald. Wibbens is evenals Klingbeil een overtuigd Ellen White aanhanger. Beiden zijn Anglo-Amerikaans georiënteerd. Op 16 september 1908 verhuist de familie Klingbeil van Brussel naar Den Haag. Wibbens neemt nu te Brussel zijn plaats in.

1908 (okt.). Wibbens werkt drie jaar nauw samen met de Franssprekende F. Jochmans te Brussel. De tegenstand van de Roomse kerk is groot. Het huren van een geschikte zaal wordt onmogelijk gemaakt. Het gebruik van vergadertenten brengt uitkomst. Veel tijd gaat verloren met het wachten op toestemming van de gemeente voor een standplaats. Ondanks de tegenwerking doopt Wibbens negen personen. De houten verplaatsbare ‘tent’ uit Groningen wordt naar Brussel gehaald. Op die manier kunnen ook in de winter lezingen gehouden worden. Bovendien huurt Wibbens dure zalen in het centrum van Brussel. Het succes is matig.

1910 (mei). De eerste zitting van de Belgische Vereniging vindt plaats te Brussel. Vanaf 1 jan. 1910 is het Vlaamse en Waalse deel samengevoegd tot het Belgische Veld. Het maakt deel uit van de West-Duitse Unie. Eerder hoorde Vlaanderen bij het Nederlandse Veld en Wallonië bij de Latijnse Unie. In de zomer van 1911 wordt Klingbeil gekozen tot voorzitter van het verenigde Belgische Veld.

Voorzitter Nederlands Veld (1911-1919)

1911 (juli). Een jaarconferentie in Den Haag vindt plaats. Wibbens wordt gekozen tot voorzitter van het Nederlandse Veld. Aanbevolen wordt om een jeugdafdeling op te richten. Wibbens laat Nederlandstalige kwartaalverslagen en gemeentebrieven drukken. Eerder waren deze alleen beschikbaar in het Duits. Wibbens woont als nieuw gekozen voorzitter samen met zijn vrouw een zitting bij van de Generale Conferentie in de Verenigde Staten. Hij hoopt op een aparte autonome Conferentiestatus voor het Nederlandse Veld. ‘Met twaalf werkers hebben wij evenveel als menig zelfonderhoudende Conferentie in Duitsland’, aldus Wibbens. Hij noemt ook de namen van veertien actieve colporteurs. ‘Menige Conferentie in Duitsland heeft dat getal werkers niet’, aldus Wibbens. Kortom, Wibbens wenst meer zelfstandigheid voor het Nederlandse Veld.

1912. Een kleine afscheidingsbeweging duikt op. Er is verschil van mening over de uitleg van profetieën in de Bijbelboeken Daniël en de Openbaring. Er circuleert een Open Brief. Het initiatief gaat uit van een groep uit de adventgemeente Den Haag o.l.v. de familie Boogaards. De groep is beïnvloed door de Zwitser Ernst Fischer. Deze voorspelt het begin van de wereldvrede in mei 1913. De opening van het Vredespaleis op 28 augustus 1913, wordt een jaar later als bewijs gezien. De boodschappen van de drie engelen uit Openbaring 14 stellen, volgens de groep, drie fasen voor in de eindtijd. De fase van de tweede engel begint in mei 1913. De spade regen wordt dan uitgestort en de verzegeling van de 144.000 vindt plaats. Ook C.T. Russel uit de Verenigde Staten voorspelt omstreeks die tijd het begin van het 1000 jarig vrederijk. Als begindatum wordt 1914 genoemd.

Wibbens wijst echter op twee gebeurtenissen die nog moeten plaatsvinden. (1) de vervolging van het volk van God (Openb. 13:17). Hij wijst daarbij op de toenemende macht van Rome (en de protestantse kerken die Rome volgen). (2) De heropening van de Balkan kwestie. Pas na de val van ‘den Turk,’ (Dan. 11:45), komt Jezus terug (Dan. 12:1), aldus Wibbens. Veel behoudende adventisten (zoals Wibbens en Klingbeil) zien later de Grote Oorlog van 1914-18 als ‘Armageddon’.

Valkenboslaan 324, Den Haag. Bovenverdieping

Valkenboslaan 324, Den Haag. Bovenverdieping

1913 (mei/juni). Wibbens woont samen met zijn vrouw de zitting bij van de Generale Conferentie in Verenigde Staten. Zij keren na twee maanden terug naar Nederland. Hun woonadres luidt: ‘Valkenboschlaan nr. 324, in Den Haag’. Daar bevindt zich ook het Nederlandse boeken en tijdschriften depot.

Boeken en bladen worden in de centrale uitgeverij te Hamburg gedrukt. Van daaruit worden ze verzonden naar de verschillende boekendepots in Europa en daarbuiten. Na de Grote Oorlog ontstaan in Europa verschillende eigen uitgeverijen. Zoals bijv. het boekenhuis aan de Weede van Dijkveldstr. 77 in Den Haag. Vervolgens wordt alle lectuur verdeeld onder colporteurs. Ingezegende en niet-ingezegende predikanten worden ook geacht mee te werken. Kosten worden verrekend met het salaris.

1913 (okt.). Een jaarconferentie wordt gehouden in Den Haag. Een van de besluiten luidt: ‘Door afval worden achttien leden geroyeerd’. Dit betreft leden met afwijkende ideeën uit de adventgemeente Den Haag.

1914 (jan.). Op nieuwjaarsdag keert de vrouw van Wibbens alleen naar de Verenigde Staten terug. Zij kan in Nederland niet aarden. Wibbens heeft lang tevergeefs op haar terugkomst gewacht.

1914. Na het uitbreken van de Grote Oorlog schrijft Wibbens in het kerkblad ‘De Werker’: ‘Deze wereldoorlog, die zelfs in vele ongodsdienstige geschriften de ‘Armageddon’ wordt genoemd, maakt velen wakker en bepaalt de mensen bij Openbaring 16 en doet hen vragen naar hetgeen de Bijbel zegt,’ en ‘Zo onverwacht als deze oorlog is uitgebroken, zo onverwacht zal voor velen straks ook de deur der genade dichtgaan’.

1914 (febr.). Een voormalig verplaatsbaar houten (kerk)gebouwtje vindt nu te Wildervank een definitieve bestemming. Het wordt nu niet meer als verplaatsbare houten ‘tent’ gebruikt. Het vervoer en het opbouwen en demonteren is te duur gebleken. Voorzitter Wibbens is aanwezig bij de inwijding. Er is veel ophef over in de plaatselijke pers over het feit dat Adventisten nu over een eigen gebouw beschikken (De Arbeider, april 1914)

1914 (juli). Een jaarconferentie te Rotterdam. Besluit 4: ‘Wij verzoeken alle gemeentebeambten door beter gemeentetoezicht de ons smartende afval zoveel mogelijk te verhinderen’ (De Arbeider, juli 1914, p. 26). Het militaire vraagstuk bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog), leidt tot een derde afscheidingsbeweging. Ongeveer 60 personen (waaronder ook werkers) verlaten de kerk (De Werker, okt. 1916, pp. 52-55).

1914 (okt.). Conradi – toen leider van de Adventkerk in Europa – schrijft een artikel over het militaire vraagstuk. Hij laat zich daarin beïnvloeden door de Duitse oorlogspropaganda. Hij beschouwt de oorlog als gerechtvaardigd. En schrijft: ‘De vijand vernielt en verbrandt waar hij kan en geen middel is voor hem verwerpelijk… Miljoenen mannen zetten hun leven en alles op het spel om hun vaderland te beschermen.. ..Gods volk moet zich niet met vragen bemoeien die wij niet hebben op te lossen…’ (De Arbeider, okt., 1914, deel 1), (deel 2), (deel 3), (deel 4), (deel 5).

1916 (sept.). Tijdens een jaarconferentie in Den Haag wordt leest besluit nr. 6: ‘Wij beschouwen de militaire dienst als een staatsburgerlijke aangelegenheid, waartoe de van God aangestelde overheid,…het recht heeft…Het Comité van de Generale Conferentie heeft zich in dien geest uitgesproken,…dat het de broeders in verschillende landen de volle vrijheid laat…zich in deze burgerlijke aangelegenheden aan te passen bij de wettelijke verordeningen van hun respectievelijke landen’ (De Werker, okt. 1916, pp. 53, 54).

Een uit het Duits vertaald verweerschrift wordt uitgedeeld tijdens jaarconferentie. Het is gericht aan de z.g.n. ‘reformatie adventisten’die het oneens zijn met het standpunt van de Duitse leiding t.a.v. het militaire vraagstuk. Reformatie adventisten zien zichzelf nu als de ware gemeente. Sommigen onder hen zijn in Duitsland gedeserteerd en naar Nederland gevlucht. Daar werven zij nu leden voor hun zaak. Het verweerschrift moet hun ongelijk bewijzen. Het verweerschrift verwoordt het standpunt van de (Duitse) kerk nog eens duidelijk. (De Werker, okt., 1916, pp. 55-57 deel 1) (deel 2) (deel 3). Het verweerschrift laat geen ruimte voor ‘gewetensbezwaarde dienstweigeraars.’

1916 (okt.). Het verweerschrift wordt gepubliceerd in het officiële kerkblad.

Wibbens vraagt vrijstelling van militaire dienstplicht voor Hendrik Twijnstra (kandidaat predikant). Resultaat: ‘U bent vanaf heden van alle militaire dienst ontslagen’ (Idem, pp.58-59 deel 1) (deel 2). Sinds 1922 zijn de rechten van een ‘gewetensbezwaarde dienstweigeraar’ in de grondwet verankerd. .

1916-1919. Wibbens heeft moeite met het Duitse standpunt. Toch blijft hij loyaal. Ondanks de druk van behoudende Duitse ex-adventisten die leden werven voor de reformatiebeweging. Zij kraken de ‘grote gemeente’ af, en zijn t.a.v. Ellen White vaak strenger dan Wibbens zelf. Zij veroorzaken opnieuw een uittocht van actieve leden. Wibbens schrijft in het kerkblad: ‘De grootste gevaren van Gods gemeente…komen uit eigen kring…Onderlinge twist werkt verlammend op invloed naar buiten en dodend op het eigen leven. De tweedracht vindt zijn oorzaak in het ‘doorvloeien’ met beginselen, hoe goed ook op zichzelf. Verslapping…der beginselen is nadelig en gevaarlijk; doorvloeien is noodlottig. Wie overdrijft denkt zich altijd hoger te staan als zijn broeders en zusters, spreekt uit de hoogte, bekritiseert en veroordeelt, en dat is een kwaad dat moeilijk te verhelpen valt…’ (De Werker, april 1918, pp. 1, 2 deel 1) (deel 2).

1919 (april). Besluit 3 op een jaarconferentie te Amsterdam: ‘Wij besluiten het Nederlandse Veld te splitsen in twee delen: ‘Oost en West’. Waarbij Wibbens voorzitter wordt van het Westelijke en Schilstra van het Oostelijk deel. Dit besluit treedt per 1 Januari 1920 in werking. (De Werker, mei 1919, pp. 2-5, ).

1919 (mei). Klingbeil is oneervol “losgelaten” als voorzitter van het Belgische Veld (Notulen Hoofdbestuur, 10 mei 1922). Hij wordt teveel met de Duitsers geïdentificeerd. De Nederlander Hendrik Weidner speelt daarbij een belangrijke rol. Hij geeft leiding aan de oppositie die het Belgische Veld los wil weken van de West Duitse Unie. De oplossing is als volgt: ‘Wibbens gaat naar België en Klingbeil komt weer naar Nederland om zijn plaats in te nemen. ‘Moegestreden tegen de afvalbeweging verlaat Wibbens het Nederlandse Veld’. Klingbeil vestigt zich weer in Den Haag, nu als voorzitter van het West Nederlandse Veld. ( De Werker, juli 1919, blz. 5, 6, deel 1) (deel 2).

Belgische periode (1919-1973)

Twee sollicitaties om in Nederland te mogen werken (1923) en (1941)

1923. Wibbens wil graag weer naar Nederland komen als predikant. Hij dient daartoe een verzoek in bij Wintzen die nu voorzitter is van het Nederlandse Veld. Zijn verzoek wordt afgewezen. (Brief Hoofdbestuur, 30 juli 1923). Hetzelfde gebeurt in 1926. Alleen Duitse kandidaten komen in aanmerking ( Notulen Hoofdbestuur, 18 juli 1926, punt 3).

1941 (sept.). Wibbens biedt opnieuw zijn diensten aan. Hij is dan 66 jaar oud. Zijn voorkeur gaat uit naar zijn vroegere woonplaats Den Haag. Tevens de geboorteplaats van zijn vrouw. Dit wordt door het hoofdbestuur niet toegestaan. Hij mag wel naar een andere plaats gaan, zoals bijv. Apeldoorn (Notulen Hoofdbestuur, 28 sept., 1941 punt 3). Het is er niet van gekomen.

Publicaties van J. Wibbens:

Redactionele artikelen in ‘Zions-Wachter,’ ‘Teekenen des Tijds,’ ‘De Arbeider’ en ‘De Werker.’

Tenslotte:

Wibbens verblijft na zijn emeritaat in ‘La Manière’, een verzorgingshuis van de kerk te Ittre in België. Zijn vrouw, Hermiena, zit vanaf haar zestigste verlamd in een rolstoel als gevolg van een ziekte in haar hele gestel. Wibbens heeft zijn vrouw 15 jaar overleefd. Zijn schoonmoeder was een van de eerste adventisten in Den Haag en bleef als enige trouw bij de afscheiding in 1902. Wibbens zelf is op tien maanden na 100 jaar geworden (Adventbode, aug. 1973 p.12).

Samengesteld door drs. H. G. van Rijn.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *