Piet Schilstra

Geboortedatum: 6 oktober 1878.
Geboorteplaats: ’t Meer (Schoterland) in Friesland.
Doopdatum: 1899 te Amsterdam door R.G. Klingbeil.
Ingezegend: 2 augustus 1908 door R.G. Klingbeil.
Ouders: Onbekend.
Broers en zusters: Hotske.
Echtgenote(n): Cornelia Laban (overleden 1938). Hertrouwd met Maria Spahr 1952/53).

Overleden: 16 december 1968

 

 

 

 

II. Levensloop in context.

Pieter Schilstra wordt op 6 oktober 1878 geboren in het Friese dorp ’t Meer.
Hij studeert beeldende kunsten te Amsterdam en treedt in 1900 toe tot het Kerkgenootschap van de Zevende-dags adventisten (Adventkerk). In het begin van 1901 schrijft hij zich in bij het theologisch seminarie te Friedensau, in Duitsland. In december van dat jaar begint hij zijn loopbaan als geschriften evangelist (colporteur) in Noord Holland, samen met Joseph Wibbens, Hendrik Weidner en Joseph Wintzen. In Amsterdam boekt hij zijn eerste grote succes als evangelist. Hij behoort tot de pioniers van de Adventkerk in Nederland. Zijn loopbaan is lang en ook als emeritus in Zwitserland is hij actief. Zijn vrouw overlijdt in Bern in 1938. Hij hertrouwt op hoge leeftijd in 1953.

In de zomer van 1902 kiest Schilstra, samen met Wibbens en Wintzen, tegen de afscheiding die plaatsvindt. Het veldbestuur van het Nederlandse Veld en bijna alle predikanten en colporteurs scheiden zich af. Slechts vier van de zeven werkers blijven over, samen met zevenenveertig van de tweehonderdenvijftien leden. Ludwig Richard Conradi, leider van de Adventkerk in Europa, noemt als oorzaken van de afscheiding: ‘De heiligdomsleer, nationalistische gevoelens tegenover buitenlanders (Duitsers) en de geschriften van Ellen White’.

De geschriften van de afscheidende partij verraden een Darbistische invloed. Daarin is geen ruimte voor een adventistische heiligdomsleer en een zevende-dags sabbat. Voor adventisten toch twee belangrijke leerstukken.

Schilstra is ooggetuige en woont de belangrijkste discussies zelf bij. Hij is om die rede een belangrijke bron. In een brief uit 1954 geeft hij weer hoe verschillend er werd gedacht over profetische uitleg. Er waren destijds meerdere opvattingen in omloop. De eerste stelt, dat de zogeheten tijdprofetieën in de Romeinse tijd in vervulling zijn gegaan. Hij noemt als voorbeeld Daniël 8:13 en 14 (over het heiligdom). Deze profetie heeft dan voor het ‘hier en nu’ geen enkele betekenis meer. Volgens de tweede opvatting vinden sommige tijdprofetieën mogelijk een vervulling in een verre toekomst. Maar ook dan wordt het ‘hier en nu’ genegeerd. Het veronachtzamen van de profetische boodschap voor vandaag, is volgens Schilstra de grote fout van de scheidende partij.

Een ander belangrijke grond voor afscheiding was de rol van Ellen White. Zij wordt in adventistische kringen in de Verenigde Staten als profetes ‘ervaren,’ maar in Europa niet zonder slag of stoot aanvaard. Zij ondersteunt met haar visioenen en raadgevingen de heiligdomsleer en de adventistische profetische uitleg. Zij kan daarom voor de afscheidende partij geen ware profetes zijn want zij achten beide leerstukken als onbijbels.

Eind 1902 is Schilstra werkzaam in Amsterdam. Het is in die tijd moeilijk om een geschikte vergaderruimte te vinden. Dit probleem wordt opgelost door een woning te huren met een grote voorkamer en souterrain, de 2e Weteringsdwarsstraat nr. 43. De voorkamer en souterrain worden gebruikt als vergaderzaal (kerkzaal) op sabbatmorgen. ’s Avonds worden er openbare lezingen gehouden. De predikant/evangelist woont in de achterkamers en op de eerste etage.

In het verslag van de jaarconferentie te Amsterdam in 1904 wordt Schilstra vermeldt als hulppredikant. Hij heeft succes als zielenwinner en doopt elf personen in het openluchtbad Obelt (opgetrokken in het IJ). Hij profileert zich ook als ‘debater.’

Piet Schilstra: doop in het IJ, Amsterdam 1904

Piet Schilstra: doop in het IJ, Amsterdam 1904

In 1906 wordt hij overgeplaatst naar Rotterdam. Het is het begin van een ware zwerftocht door Nederland. In 24 jaar verhuist hij 20 keer. In Rotterdam wordt hij betrokken bij de bootzending in de haven (de zendingsboot ‘Maranatha,’). De bedoeling is om de vele emigranten, vlak voor hun vertrek uit Rotterdam, te voorzien van adventistische lectuur. In Delftshaven deelt hij een kamer een kamer met kapitein Christiansen.

Schilstra is inmiddels getrouwd met Cornelia Laban. In de jaren daarna zien drie dochters het levenslicht.

Eind 1906 is hij betrokken bij de tentzending in de stad Groningen (samen met Joseph Wintzen). Het betreft een ‘houten tent’ die ook in de winter bruikbaar is. Een unicum in die tijd. De ‘tent’ is echter moeilijk verplaatsbaar. Er zijn timmerlieden bij nodig om de tent af te breken en op te bouwen. Ook het vervoer is kostbaar. De aanvraag voor een vergunning duurt soms lang. Gemeenteambtenaren vragen zich af in hoeverre de tent permanent of mobiel is. De houten tent was een initiatief van Joseph Wintzen.

In Groningen houdt Schilstra ook een 40-tal openbare lezingen in ‘Het Militair Tehuis’. Slechts enkelen treden toe tot de Adventkerk. ‘Mensen hier zijn zeer langzaam en moeilijk te bewegen,’ aldus Schilstra.

Hij verhuist in het najaar van 1907 naar Assen. Daar maakt hij opnieuw gebruik van een tent en heeft goede belangstelling. Hij maakt daar voor het eerst gebruik van een projector (toverlantaarn).

Het gebruik van tenten kwam overwaaien uit Amerika. Daar werd
aan het eind van de 19e eeuw de vergadertent- cultuur (campmeeting) geboren. De eerste tentbijeenkomsten in Europa vinden plaats in Zwitserland. In 1907 ontvangt de Nederlands -Vlaamse Vereniging van de Adventkerk een grote linnen tent als geschenk uit de Verenigde Staten. Deze wordt meteen in het najaar door Klingbeil ingezet te Brussel. Tegelijkertijd worden twee extra tenten aangeschaft. Vermoedelijk producten van de eigen tentindustrie op de campus van het seminarie te Friedensau, waar de tenten worden gefabriceerd en tentmakers worden opgeleid. Ze trekken ook rond en bieden hun diensten aan bij reparaties. De kwaliteit van de tenten laat veel te wensen over. Na een aantal jaren zijn ze aan vervanging toe. Om die reden wordt in 1908 tijdens een jaarconferentie in Den Haag een tentenfonds opgericht. Er verschijnen advertenties in kerkbladen. Gulle gevers worden met naam en toenaam plus het door hen geschonken geldbedrag vermeld. Een linnen tent met 400 zitplaatsen kost in 1910, 1700 gulden. Soms worden ook zending- en jaarconferenties in een tent gehouden. Zoals in 1910 te Rotterdam.

Een tent opzetten is arbeidsintensief. Een vrachtwagen moet de tent vervoeren. Gemeenteleden moeten de tent helpen opzetten. Een tentbewaarder moet de tent ’s nachts bewaken en slaapt in een kleine tent naast de grote. Meestal in gezelschap van twee bijbelarbeiders. Bij regen of storm moet de spanning van het tentdoek worden gehaald om scheuren te voorkomen. ’s Avonds worden in de tent lichtbeelden vertoond. Een ‘toverlantaarn’ projecteert plaatjes. Meestal over profetisch historische onderwerpen. Maar ook over zending en gezondheid. Er wordt bovendien veel gezongen. Onder begeleiding van een uitklapbaar traporgeltje. De hele familie van de evangelist is bij de tentzending ingeschakeld. Een van de kinderen bespeelt het traporgeltje. Een ander bedient de toverlantaarn. De vrouw van de evangelist zingt de liederen voor.

Op 2 augustus 1908 wordt Schilstra tijdens een jaarconferentie ingezegend tot predikant, samen met Wintzen.

Wanneer Joseph Wintzen in 1910 terugkeert naar Duitsland neemt Schilstra zijn plaats in als lid van het veldbestuur.

In 1911 vertrekt Klingbeil naar België. Joseph Wibbens wordt nu gekozen tot voorzitter van het Nederlandse Veld, met Schilstra als zijn naaste medewerker. Wibbens blijft voorzitter tot 1919.

In de zomer van 1909 verhuist Schilstra opnieuw. Hij gaat terug naar de stad Groningen. Toch houdt hij in 1910/11 tentvergaderingen te Rotterdam. In samenwerking met anderen worden er dertig personen gedoopt. Het ritueel vindt plaats in het gemeentelijk badhuis. Tijdens de jaarconferentie in Den Haag op 30 juli 1911, beslist men dat Schilstra met de tent naar Amsterdam toe moet. In twee jaar tijd worden daar ongeveer twintig personen toegevoegd aan de gemeente.
In de zomer van 1913 staat de tent in Hilversum. In het begin is er sprake van een goede opkomst. Ds. Couvee uit Utrecht plaatst daarop een advertentie in de plaatselijke krant ‘De Gooi en Eemlander.’ Hij waarschuwt daarin tegen de adventisten. Ondanks heftige tegenstand is het eindresultaat zes nieuwe sabbatvierders. Een nieuwe start voor de adventgemeente Hilversum. Want als uitvloeisel van deze lezingen treden in de komende jaren meerderen toe.

In het najaar van 1913 gaat een hartenwens van Schilstra in vervulling: ‘Het brengen van de adventboodschap in Friesland, zijn geboorteplaats’. Hij vindt een ‘prachtige zaal’ midden in Leeuwarden en begint op 4 januari 1914 met de eerste serie lezingen. Onder de eerste belangstellenden bevindt zich ook de heer M. Kramer, leraar boekhouden. Hij laat zich dopen en wordt niet lang daarna opgenomen als lid van het veldbestuur. Daar pleit hij voor een grotere zelfstandigheid van het Nederlandse Veld en wakkert anti-Duitse gevoelens aan. Hij zal een belangrijke rol spelen bij een afscheiding in 1932. In 1915 treden nog eens veertien personen toe. De eerste gemeente in Friesland is nu een feit. Daarna maakt Schilstra ook een begin in de provincie Drente.

Op 2 juli 1918 vindt een jaarconferentie plaats in Den Haag. Er zijn geen bestuurders en afgevaardigden uit Duitsland. Dat land komt verzwakt uit de oorlog en heeft veel aan prestige verloren. Ook binnen de kerk. In Nederland is er sprake van een nieuw elan. Nieuwe statuten worden opgesteld. Er wordt gestreefd naar een zelfstandige rechtspersoonlijkheid.

Tijdens de jaarconferentie te Amsterdam in 1919 van 24 tot 27 april, wordt het Nederlandse Veld opgesplitst in twee delen, een oostelijk en een westelijk deel. Schilstra wordt gekozen als voorzitter van het oostelijk deel met Groningen als hoofdzetel.

Klingbeil werkt in die tijd nog steeds in het Belgische Veld. Hij wordt echter na de oorlog ‘oneervol losgelaten’. Hij wordt geïdentificeerd met de Duitse leiding en hun patriottische houding tijdens de oorlog. Als gevolg neemt Wibbens nu zijn plaats in als voorzitter in België. Het is een ruil, want Klingbeil wordt gekozen als voorzitter van het West-Nederlandse Zendingsveld, met Den Haag als hoofdzetel. Hiermee komt een abrupt einde aan de enige periode (tot 1944) onder direct Nederlands bestuur.

In februari 1920 dient zich het project van de ‘Weense kinderen’ aan. Het betreft minderjarigen uit adventistische gezinnen in Oostenrijk die ondervoed zijn. De bedoeling is dat ze in Nederlandse adventistische pleeggezinnen worden onder gebracht om aan te sterken. Conradi legt de eerste contacten. Dit project past in zijn plan om zowel Nederland als ook Oostenrijk hecht te verankeren in een nieuw op te richten Centraal Europese Divisie met Duitsland als kerngebied. Vooralsnog bestaat dit plan alleen nog op papier. Het Nederlandse Veld is daarvan nog niet op de hoogte gebracht.
Er wordt in Nederland voor het project ‘Weense kinderen’ een speciaal comité opgericht met Klingbeil als voorzitter, Piet Voorthuis als secretaris en Schilstra als naaste medewerker. In Wenen bevindt zich het ‘Niederlandisches Hilfskomitee für die Wiener Kinder.’ Er wordt om toestemming gevraagd aan de Nederlandse Overheid. Daarop volgt een positieve reactie. Dhr. Dr. Schoonenbeek reist (namens de regering) naar Wenen om het officiële papierwerk in orde te maken. Daarop wordt het transport per trein naar Nederland (onder begeleiding) georganiseerd. Vervolgens worden de kinderen bij verschillende adventistische families ondergebracht. Schilstra zorgt voor een lijst adressen uit het Oost Nederlandse veld.

Schilstra bouwt een reputatie op als debater. Zijn meest bekende debat vindt plaats op 16 maart 1922 in lokaal Dopper te Stadskanaal. Een verslag daarvan wordt vastgelegd in een dertig bladzijden tellende brochure (uitgever: Rooms-katholiek Apologetisch Bureau ‘Houvast’). Er is veel aanloop van zowel protestanten als rooms-katholieken. Aanwezig zijn meer dan vijfhonderd personen. Ook de politie versterkt met marechaussees is van de partij. Schilstra debatteert met de priester B. Th. De Wolf. Aan het eind kiest de voorzitter van de vergadering, die als scheidsrechter moest optreden, de kant van Schilstra (wat niet de bedoeling was).

De stijl van Schilstra als evangelist is confronterend en emotioneel. In die zin zit hij meer op het Anglo-Amerikaanse spoor van Klingbeil en Wibbens. Ook op theologisch gebied.

De splitsing van het Nederlandse Veld in een oostelijke en westelijke deel is geen lang leven beschoren. In januari 1922 roept de Centraal Europese Divisie ( de koepel waaronder Nederland ressorteert) een vergadering bijeen in Nederland. De vergadering vindt plaats van 19 tot 23 januari. Conradi is aanwezig als voorzitter van de CED, samen met een grote Duitse delegatie. Aansluitend volgt een jaarconferentie van het Nederlandse Veld om de door de CED genomen besluiten te overwegen en bekrachtigen. De Divisie stelt voor dat beide velden (oost en west) opnieuw samensmelten, met Joseph Wintzen als nieuwe voorzitter. Verassend is dat slechts een maand eerder Wintzen in Nederland had gesolliciteerd. Hij wilde er weer werken als predikant. Het Nederlandse Veldbestuur had die sollicitatie afgewezen. Wel mocht hij aan de slag als colporteur!

Nu wordt hij, na langdurige besprekingen, toch – onder Duitse druk – gekozen als voorzitter van het verenigde veld. Klingbeil en Schilstra treden daarop terug als voorzitters. Beiden zullen uiteindelijk naar België vertrekken. De reorganisatie zet veel kwaad bloed bij de leden. Acht jaar later zullen deze sluimerende anti-Duitse gevoelens opnieuw bovendrijven en tot een crisis leiden. Sleutelfiguur zal zijn M. Kramer, een van Schilstra’s eerste dopelingen in Friesland.

De reorganisatie van 1922 heeft grote gevolgen voor het Nederlandse Veld. De enige periode onder direct Nederlands bestuur (1911-19) wordt abrupt afgebroken. Vooral het werk in Groningen en Friesland heeft daaronder te lijden. Wat Schilstra met moeite heeft opgebouwd, wordt in de jaren na 1922 grotendeels teniet gedaan.

Wintzen voert tijdens de eerste vergadering van het nieuwe veldbestuur nieuwe regels in. Predikanten krijgen geen toeslag meer. Zij moeten in de zomermaanden colporteren. Van elk verkocht boek mag de predikant tien cent houden. Schilstra heeft het daar moeilijk mee. Onder Klingbeil en Wibbens was er sprake van een duidelijke scheiding tussen predikanten en colporteurs. Schilstra houdt zijn kritiek niet voor zich en valt daardoor bij Wintzen in ongenade. De spanningen bereiken een hoogtepunt in 1924. Schilstra zou volgens Wintzen te kort schieten in het winnen van zielen. Schilstra moet nu 25% (later 50%) van zijn loon inleveren en dat door colportage terugverdienen. Schilstra zelf ziet hierin ‘een verbreking van de (Nederlandse) wet’. Kramer (uit Leeuwarden) neemt het als lid van het veldbestuur voor hem op.

Het “colportage conflict” is terug te voeren op de vraag welke evangelisatiemethode het meest effectief is.

In 1885 verrijst het eerste gebouw van de Zevende-dags adventisten in Europa. Het betreft een uitgeverij annex drukkerij te Bazel (Zwitserland). In 1889 verhuist de uitgeverij op voorspraak van Conradi naar Hamburg. Tegelijkertijd wordt een opleidingscentrum voor colporteurs in het leven geroepen. Hiermee gaat een hartenwens van Conradi in vervulling. Het uitgeverswerk plus colportage zijn Conradi’s paradepaarden. Het werk van de pionier predikant omvat, in zijn visie, een dubbele taak namelijk colporteren en evangeliseren. Op die manier kunnen de loonkosten in de hand gehouden worden.

Conradi heeft kritiek op de Amerikaanse evangelisatiemethode. Deze is te agressief en veroorzaakt te veel commotie. De stille onopvallende methode van colportage werkt effectiever. Eerst wordt een stad of streek voorbereid door colporteurs. Daarna worden openbare lezingen gehouden om te ‘oogsten’. De pionier predikant heeft in de beginperiode twee petten op. Hij is zowel predikant als colporteur. In Conradi’s systeem wordt de scheidingslijn tussen de twee steeds dunner. Als een predikant niet voldoende presteert wordt hij geheel of gedeeltelijk weer colporteur.

Conradi stuurt in 1897 Wintzen naar Nederland om het werk op deze basis te organiseren. Maar Klingbeil, Wibbens en Schilstra zitten meer op het spoor van het confrontatiemodel uit de Verenigde Staten. Zij laten de colportage aan colporteurs over. In sommige gevallen zelfs aan hun vrouw. Wintzen kan zich in het begin als vertrouweling van Conradi niet doorzetten. In de eerste jaren tot de zomer van 1902 is sprake van een sterke Nederlandse inbreng met een kritische inslag. Daarna volgt onder Klingbeil, Wibbens en Schilstra een Anglo-Amerikaans klimaat met een behoudend karakter. Het gevolg is dat Wintzen zich niet kan doorzetten en in 1910 weer naar Duitsland terugkeert.

Met Wintzen’s terugkomst in 1922 breekt een nieuwe fase aan. De gouden formule van Conradi wordt nu volledig in werking gesteld. Voor 1920 was het centrale uitgevershuis van de Adventkerk te Hamburg de enige uitgeverij. Daarna ontstaan filialen in verschillende landen. Zo ook in Nederland. In het najaar van 1924 is het zover. Een statig pand is gekocht in een van de duurste wijken van den Haag. Het betreft een boekenhuis als filiaal van de centrale uitgeverij in Hamburg. Het pand is met Duits geld betaald en blijft eigendom van de uitgeverij in Hamburg. Nu komt de colportage pas echt goed op stoom.

Schilstra voelt zich niet meer thuis onder het regime van Wintzen. Hij besluit om als ‘zelfonderhoudend werker’ naar de Verenigde Staten te vertrekken. Hij hoopt daar een aanstelling te krijgen als predikant. Zijn besluit wordt op 1 juni 1925 op de jaarconferentie in Den Haag bekrachtigd. Het plan gaat echter niet door. Hij krijgt geen visum. Een van zijn dochters lijdt aan ‘vallende ziekte.’ Ook een plan om naar Zuid Afrika te gaan mislukt om dezelfde reden. Uiteindelijk vertrekt de familie Schilstra naar België. Hij vestigt zich als predikant te Oostende. België maakt dan deel uit van de Latijnse Unie (later de Zuid Europese Divisie).

In 1930 gaat Schilstra vervroegd met pensioen. Hij is dan 52 jaar. Hij verhuist naar Bern (Zwitserland). Daar bevindt zich het hoofdkwartier van de Zuid Europese Divisie. Hij wordt daar ouderling van een gemeente. In die functie is hij ook werkzaam als zielzorger van het bejaardenhuis van de Adventkerk op de Brunnersberg in de buurt van Solothurn.

In 1932 ontstaat een conflict in het Nederlandse Veld. Leden uit Den Haag en de oostelijke provincies zijn ontevreden over het Duitse beleid. Er dreigt een scheiding. De Fries, M.Kramer (dopeling van Schilstra) leidt de oppositie. Hij vraagt Schilstra per brief om advies.

Schilstra’s vrouw Cornelia sterft in 1938. Schilstra trouwt in 1953 opnieuw met de Zwitserse Maria Spahr. Zij is lerares op een basisschool van de Adventkerk. Schilstra sterft op 16 dec. 1968 te Bern. Hij is dan 90 jaar oud.

 

II. Chronologisch overzicht van Functies en werkzaamheden

1. Schilstra als bijbelarbeider en hulppredikant (1902-1908).

1900. Schilstra is in 1878 in Friesland geboren. In 1900 woont en werkt hij te Amsterdam. Een predikant van de Adventkerk komt bij de familie Schilstra aan de deur. De predikant laat lectuur achter (waarschijnlijk het blad de ‘Teekenen des Tijds’). Schilstra wil meer weten, krijgt bijbelles en wordt in oktober gedoopt. In december vindt te Rotterdam een Jaarconferentie plaats. Na een oproep besluit Schilstra om predikant te worden Advent Bode, 1 april 1958, p. 4

1901. Op 1 maart 1901 vertrekt hij naar de zendingsschool Friedensau. In december van dat jaar is hij alweer terug. Hij begint te werken als colporteur. Eerst in Den Helder, daarna in de dorpjes op Texel. Hij trekt daarbij veel op met Johan Hendrik Weidner en Joseph Wibbens. ( De Arbeider, april 1902, p. 16).Bron Schilstra, nr. 2 (3) doc. (1024x685)

1902 (jan.). Een jaarconferentie te Amsterdam. De naam Schilstra wordt voor het eerst genoemd. Hij staat gerangschikt onder de groep colporteurs. (De Arbeider , maart 1902, p. 12).

1902 (zomer). Er vindt een grote afscheiding plaats. Slechts 47 van de 215 leden blijven over en drie van de zeven werkers. Reinhold Klingbeil, pionier en verantwoordelijk leider ‘wankelt’. Hij treedt een jaar lang terug. Volgens Schilstra heeft Klingbeil het vooral aan de standvastigheid van zijn vrouw te danken dat hij is gebleven. Schilstra en Hendrik Weidner zijn aanwezig bij de belangrijke besprekingen met de tegenpartij te Rotterdam. Na de definitieve scheiding gaat Schilstra (tijdelijk) bij zijn ouders wonen in Amsterdam. H.F.Schuberth uit Duitsland, vervangt Klingbeil als voorzitter van het Nederlandse Veld.

Ludwig Conradi, leider in Europa, noemt als oorzaken van de afscheiding: ‘De heiligdomsleer, nationalistische gevoelens tegenover buitenlanders en Ellen White. Ze vergaderden er over – en formuleerden hun bezwaren – zonder ons iets er over te laten weten’. Adventist Review and Sabbat Herald, dec. 1902, p. 220

Schilstra schrijft in 1954 een brief over de afscheiding. Hij is als ooggetuige een belangrijke bron. De scheidende partij stelt de bijbelse tijdprofetieën geheel buiten werking. Zowel Protestanten als Rooms Katholieken maken zich daaraan schuldig. Schilstra voert een openbaar debat met een Rooms Katholiek geestelijke. In de jaren twintig werkt hij als predikant in België (Oostende). De verhoudingen tussen Rooms Katholieken en Protestanten staan daar op scherp. Daardoor legt Schilstra bepaalde accenten (zie brief onder het jaar 1953)

Wibbens schrijft in 1954 ook een brief over de afscheiding. Hij is evenals Schilstra een ooggetuige. Ook hij neemt in 1902 actief deel aan de discussie met de tegenpartij. Volgens hem raakt de tegenpartij verstrikt in een geopolitiek verklaring van Daniël 8:11-14. Zij hebben te weinig oog voor zinnebeeldige dimensies.

Bij het lezen van zijn brief is de context belangrijk. Wibbens heeft het grootste deel van zijn leven als predikant in België gewerkt. Hij heeft daar talloze openbare lezingen gehouden. De verhoudingen tussen Rooms Katholieken en Protestanten staan op scherp. Daardoor legt ook hij evenals Klingbeil bepaalde accenten.

1904 (aug.). Schilstra werkt vanaf augustus met succes te Amsterdam. De gemeente telde voor de afscheiding ongeveer veertig leden. Nu zijn er nog maar enkelen over. Schilstra organiseert samen met Wibbens een vergaderplaats. Het betreft een ‘lief lokaaltje’ met vijftig stoelen en een orgel. Het pand is gelegen aan de 2e Weteringdwarsstraat nr. 43. Schilstra heeft op dit adres namelijk een huis gehuurd met een souterrain van grote omvang, waar de gemeente samenkomt.

De eerste jaarvergadering na de afscheiding vindt plaats van 22 tot 25 december 1904, te Amsterdam. Schilstra en Wibbens nemen samen de organisatie op zich. Tegelijkertijd worden op de Kloveniersburgwal 100 (grachtenpand in het centrum) drie avonden per week openbare lezingen gehouden. Acht nieuwe leden treden toe (De Arbeider, dec. 1904, pp. 4, 5, De Arbeider, dec. 1904, pp.4,5 blad 2

1904 (dec.). Een jaarconferentie te Amsterdam. De Duitser H. F. Schuberth is als leider van het Nederlands-Vlaamse Veld aanwezig. Hij is een leeftijdsgenoot van Conradi en komt uit de hogere middenklasse. Hij heeft op het seminarie in de Verenigde Staten gestudeerd en kent Ellen White persoonlijk. Hij heeft geen moeite met haar als profetes en staat in het werk in Duitsland bekend als ‘gezondheidsapostel’

Conradi en Klingbeil zijn ook aanwezig. Erzenberger, een van de eerste adventpredikanten in Europa, is eveneens uitgenodigd als speciale gast. In het verslag wordt Schilstra (samen met Wibbens en Wintzen) als hulppredikant genoemd. Het ledenaantal in het Nederlandse Veld is nu tot honderd gestegen (De Arbeider maart 1905, pp. 2-4 en 8). Amsterdam is dan met een en dertig leden de grootste gemeente.

1905 (maart). Schuberth bezoekt in maart 1905 alle gemeenten in Nederland Binnenkort treden opnieuw leden toe tot de adventgemeente Amsterdam’, aldus Joseph Wintzen. BRON

Een kwartaalbericht van gemeenten (4e kwartaal 1904) in het gemeenteblad ‘de Arbeider’ meldt voor Amsterdam twee en dertig leden met tachtig gulden aan tienden. Amsterdam wordt dan tot de grootste gemeente gerekend met de meeste inkomsten.

1905 (sept.). Tijdens een jaarconferentie te Utrecht, wordt Klingbeil opnieuw als voorzitter gekozen. Nu van het Nederlands-Vlaamse Veld. Schilstra wordt genoemd als hulppredikant en als lid van het veldbestuur. (De Arbeider. dec. 1905, pp. 2-4).

1906 (april). Schilstra wordt ingeschakeld bij de bootzending. Motorboot ‘Maranatha,’ bezoekt grote zeeschepen in de haven van Rotterdam. Aan emigranten en zeelieden wordt lectuur aangeboden Het werk onder zeelieden blijkt moeilijk (De Arbeider, aug. 1906, p. 3; Idem, nov. 1906, pp. 3, 4).

1906 (aug.). Een jaarconferentie in Den Haag. Besloten wordt dat Schilstra verplaatst wordt naar Groningen. Hij werkt daar nauw samen met Wintzen. Het blijkt niet gemakkelijk om toestemming te krijgen voor het opzetten van de evangelisatietent. Daarom wordt voorlopig ‘Het Militair Tehuis’ gehuurd voor het houden van veertig openbare lezingen. Drie personen tonen belangstelling. Ex-leden van voor de afscheiding van 1902 verspreiden negatieve berichten. In het algemeen, zijn ‘de mensen hier zeer langzaam en zeer moeilijk te bewegen…, aldus Schilstra.  De Arbeider Nov. 1906 blad 1, De Arbeider Nov. 1906 blad 2. De Arbeider Nov. 1906 blad 3  idem, febr. 1907, p. 5

1906 (nov.). Colportrice Traarbach werkt mee in de stad Groningen.

 

Piet Schilstra voor de Eerste Wereldoorlog

Piet Schilstra voor de Eerste Wereldoorlog

1907 (mei). Een artikel van de hand van Schilstra in het kerkblad ‘de Arbeider’ over de verspreiding van traktaten op de grote markt te Groningen meldt het volgende: ‘De zusters (T en S) spreken mensen aan en verspreiden lectuur, waaronder sabbattraktaten. Er vormen zich groepjes. Men wil weten waar het vanuit gaat. Soms wil iemand meer weten. Een adres wordt opgeschreven en bezocht. Schilstra staat op afstand te kijken. Als zijn hulp gevraagd wordt, snelt hij toe. De Arbeider, mei 1907 blad 1, De Arbeider, mei 1907 blad 2

1907 (aug.). Een jaarconferentie in den Haag. Besloten wordt dat Schilstra met de tent verhuist naar Assen. Piet Meijer assisteert hem als colporteur. Er volgen positieve reacties op de tentvergaderingen. Schilstra werkt met een projector en (glazen) diaplaten. Ongeveer honderd bezoekers zijn aanwezig. Naast de tent staat een politiepost. Jongeren proberen namelijk de orde te verstoren. Schilstra schrijft: ‘Wij moesten nog een woning hebben.’ Hieruit blijkt voor het eerst dat hij getrouwd is en mogelijk kinderen heeft. De Arbeider, okt. 1907 blad 1, De Arbeider, okt 1907 blad 2

 

 

1907 (okt.). Volgens het kwartaalbericht 1.7 – 30.9., telt de groep Groningen vier leden. Vermeld wordt dat zr. Schilstra-Laban meewerkt in de colportage.

1908 (april). De adventgemeenten Groningen en Assen tellen tezamen negen leden. Schilstra is nog steeds actief. T. Luchtenberg werkt mee in de colportage.

 

2. Schilstra als ingezegend predikant (1908-1919).

1908 (aug.). Een jaarconferentie in Den Haag. Schilstra wordt ingezegend als predikant. Hij functioneert nu als districtspredikant en bedient het Heilig Avondmaal te Meppel, Winschoten, Wildervank-Muntendam, Groningen en Assen  De Arbeider, april 1909 blad 1, De Arbeider, april 1909 blad 2

1909 (zomer). Schilstra verhuist naar de stad Groningen. Een doorbraak vindt plaats in de periode aug. 1909 tot mei 1910, in de groep Groningen-Assen. Ongeveer vijftien nieuwe leden treden toe  (De Arbeider, juli 1909, p. 3)

1909 (okt.). Th. G. d’ Hartingh assisteert als colporteur. De groep Groningen-Assen is nog steeds intact.

1910 (jan.). Wallonië en Vlaanderen zijn nu verenigd tot een zelfstandig veld, als onderdeel van de West-Duitse Unie (De Arbeider, juli 1910, pp. 4-6). Klingbeil wordt tot voorzitter benoemd van het nieuw gevormde Belgische Veld. Wibbens wordt nu als voorzitter gekozen van het Nederlandse Veld

Colporteur Th. G. d’ Hartingh assisteert Schilstra nog steeds. In april samen met A. Koopmans. De ‘groep Groningen-Assen’, is ook nog intact. Schilstra schrijft: ‘Het werk van de colporteurs werd bijzonder gezegend’.

 

Piet Schilstra zittend 2e van links. Conradi zit in het midden (1910)

Piet Schilstra zittend 2e van links. Conradi zit in het midden (1910)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1910 (zomer). Schilstra houdt nu opeens tentvergaderingen te Rotterdam. Hij werkt samen met anderen. Meer dan twintig nieuwe leden treden toe  De Arbeider, april 1911, p. 10

1910 (aug.). Een jaarconferentie te Rotterdam. Wintzen vertrekt per 1 okt. naar Duitsland. Schilstra neemt zijn plaats in als lid van het veldbestuur van het nieuwe Nederlandse Veld (nu zonder Vlaanderen). (De Arbeider, okt. 1910, pp. 2, 3).
Wibbens volgt in 1911 Klingbeil op als voorzitter van het Nederlandse Veld. Schilstra blijft lid van het veldbestuur. Het nieuwe Nederlandse Veld wordt nu tien jaar lang bestuurd door een Groninger  en een Fries.

1911 (mei). Schilstra begint weer met de tentarbeid te Amsterdam. Hij schrijft over ‘tegenstand van vroegere geloofsgenoten’ en soms ook van ‘huisgenoten’  De Arbeider, Jan. 1912, blad 1,   De Arbeider, Jan. 1912, blad 2,   De Arbeider, april 1912  p. 10

 

Piet Schilstra en zijn eerste vrouw Cornelia Laban staande in het midden

Piet Schilstra en zijn eerste vrouw Cornelia Laban staande in het midden: Amsterdam 1915

1911 (juli). Een jaarconferentie vindt plaats in Den Haag. Schilstra wordt nu officieel afgezonderd voor de tentarbeid te Amsterdam (De Arbeider, okt. 1911, p. 27).

1912 (zomer). Schilstra meldt een doorbraak. Hij werkt nauw samen met F. J. L. Wortman. Op 22 sept. treden negen nieuwe leden toe tot de adventgemeente ‘Groningen-Assen’, terwijl anderen klaar staan om hen te volgen. Helaas valt de evangelisatietent ten prooi aan een najaarsstorm. De tent ligt in tweeën gescheurd op de grond (De Arbeider, okt. 1912, pp. 25, 26).

Rond 1912 ontstaat een kleine afscheidingsbeweging. Het betreft de uitleg over de profetieën Daniël en de Openbaring. Volgens sommigen begint het duizend jarig vrederijk in mei 1913 . Achttien leden worden geroyeerd (De Arbeider, okt. 1913, p. 26).

1913 (zomer). Hilversum. Schilstra begint daar in de zomer met openbare lezingen in een tent. De eerste drie weken neemt het bezoek steeds meer toe. De krant ‘De Gooi en Eemlander.’ waarschuwt tegen de adventisten. Het betreft een artikel van Ds. Couvee uit Utrecht.  Toch treden zes nieuwe leden toe. Dit betekent een nieuw begin voor adventgemeente Hilversum De Arbeider, juli 1913, p. 18,

1913 (okt.). Een jaarconferentie vindt plaats in Den Haag. Besloten wordt dat Schilstra nu naar Leeuwarden gaat. De nazorg voor Hilversum is in handen van Wortman (De Arbeider, okt. 1913, p. 28 en jan. 1914, p. 5).

1914 (jan.). Schilstra begint met openbare lezingen in Friesland. Hij huurt daartoe ‘eene prachtige zaal’ midden in de stad. Een levendige discussie over de sabbat ontstaat. Een dominee en een ouderling van de Gereformeerde Kerk gaan met Schilstra in debat. Schilstra laat zich niet onbetuigd. Met als eindresultaat: ‘drie belangstellenden’. M. Kramer, een leraar boekhouden is een van hen  De Arbeider, april 1914blad 2,  blad 3

Kramer zal vanaf 1921 tot 1932 lid van het veldbestuur zijn. Hij verlaat in 1932 de kerk (samen met een grote groep leden uit Oost Nederland). Oppositie tegen het toenmalige Duitse leiderschap speelt daarbij een belangrijke rol. Schilstra werkt dan al als emeritus predikant in Zwitserland. Hij wordt door Kramer c.s.  als vertrouweling en raadsman genoemd (Notulen veldbestuur, 4 dec. 1932, p. 2).

1914 (april) Schilstra doopt twee personen te Groningen-Wildervank.

1915 (maart). Het eerste doopfeest in Friesland vindt plaats. Een echtpaar wordt gedoopt in het dorp Minnertsga, niet ver van Leeuwarden (De Werker april 1915, pp. 25, 26). Eind 1915 vindt een doorbraak plaats. Veertien nieuwe leden treden toe in Leeuwarden  De Werker, jan. 1916, pp. 9, 10, blad 2

 

3. Schilstra als voorzitter van het Oost – Nederlandse Veld (1919-1922).

1918 (juli) Een jaarconferentie vindt plaats in Den Haag. Er is geen Duitse afvaardiging aanwezig. Duitsland komt verzwakt uit de oorlog en heeft veel aan prestige verloren. De Duitse kerkleiding oogst veel kritiek vanwege de patriottische houding tijdens de oorlog. Wibbens en Schilstra hebben moeite met het standpunt van de Duitse leiding t.a.v. het militaire vraagstuk. De hang naar meer zelfstandigheid is groot. Er is sprake van een nieuw elan. Nieuwe statuten worden opgesteld. Er wordt gestreefd naar rechtspersoonlijkheid voor de organisatie (De Werker, juli 1918, pp. 1-4).
1919 (april). Een jaarconferentie te Amsterdam. Een hartenwens van Wibbens, Schilstra (en later ook Klingbeil) gaat in vervulling.Het Nederlandse Veld wordt opgesplitst in twee delen namelijk het Oost Nederlandse en het West Nederlandse Veld. (De Werker, mei 1919, pp. 2-5). Dit als voorbereiding op een grotere zelfstandigheid. Het veldbestuur maakt nu ook plannen voor de aankoop van kerkgebouwen. Eveneens wordt gesproken over de oprichting van een bouwfonds voor een school en een sanatorium.

Schilstra wordt benoemd tot voorzitter van het Oost Nederlandse Veld, met Groningen als hoofdzetel. Wibbens blijft voorzitter, maar nu van het West Nederlandse Veld vanuit De Haag. (De Werker, okt. 1919, p. 2)

 

4. Schilstra als districtspredikant (1922-1925).

Schilstra (4).1922 (maart). Schilstra voert een openbaar debat met de Rooms Katholieke priester B. Th. de Wolf op 16 maart in het lokaal Dopper te Stadskanaal. Een verslag is vastgelegd in een dertig bladzijden tellende Rooms Katholieke brochure (OS). Het onderwerp luidt: ‘De Rooms Katholieke Kerk is niet de ware Kerk van Christus.’ Ruim vijfhonderd personen zijn aanwezig. De plaatselijke politie houdt een oogje in het zeil. Evenals de plaatselijke marechaussee. In dat zelfde jaar verhuist Schilstra naar Stadskanaal vanwege ‘grote belangstelling aldaar’. (Notulen veldbestuur, 11 april 1922, punt 2) Er wordt een gemeente gesticht.  In Veendam probeert hij een kern van 25 leden te vormen.

1922 (28-30 sept.). Een vergadering van het veldbestuur te Amsterdam. Schilstra vraagt om ontheffing als redacteur van ‘De Werker’ (Notulen veldbestuur 28-30 sept. 1922, punt 9).

1924 (april). Een vergadering van het veldbestuur te Hilversum. De agendapunten drie en vijf gaan over Schilstra. Punt 3: ‘Schilstra wil weg uit het Noorden. Hij mag op de a.s. Jaarconferentie kiezen uit de standplaatsen Utrecht, Arnhem en Enschede’. Punt 5: Schilstra presteert te weinig. Hij moet vanaf 1 mei 25% van zijn loon d.m.v. colportage zelf terugverdienen (Notulen veldbestuur, 9 april 1922, punten 3 en 5).

1924 (juni). Jaarconferentie van het veldbestuur te Amsterdam. Agendapunt 8D luidt: ‘Het bestuur wil dat Schilstra naar Utrecht gaat. Schilstra zelf wil liever naar Arnhem (waar nog geen gemeente is). Wintzen zal samen met Schilstra een geschikte woning voor hem gaan zoeken. Schilstra heeft al enige jaren weinig succes. Het werk kan geen arbeider dragen, die jaren achtereen geen zielen wint. In de nabije toekomst zal het werk van Schilstra opnieuw geëvalueerd worden. Zo nodig zal zijn salaris gehalveerd worden (Notulen veldbestuur, 9 juni 1924, punt 8D) (Notulen veldbestuur, 9 juni 1924, blad 2)

Kramer, lid van het veldbestuur deelt mee, dat Schilstra in het korten van zijn salaris ‘een verbreking der wet,’ ziet. Het bestuur ziet dat anders. Uiteindelijk kiest Schilstra voor Enschede (Notulen veldbestuur, 5-6 okt. 1924, punten 2, 5) (Notulen veldbestuur, 5-6 okt. 1924 blad 2)

De hele affaire heeft een negatieve uitwerking op het werk in Oost Nederland. Leden in Friesland/Groningen haken af. De adventgemeente Groningen moet in 1925 weer opnieuw worden opgericht met medewerking van Frederik Voorthuis. Er ontstaat een anti-Duitse stemming die in 1932 tot een uitbarsting komt o.l.v. Kramer.

1925 (juni). Een jaarconferentie vindt plaats in Den Haag. Medegedeeld wordt dat Schilstra op eigen verzoek als zelfonderhoudend zendeling naar het buitenland gaat     (De Werker, 1 juli 1925, p. 36).

 

5. Schilstra als predikant te Oostende (1925-1929).

1925 (okt.). Een bericht verschijnt in het kerkblad over het vertrek van Schilstra uit Nederland. Hij zal als zelfonderhoudend arbeider naar Verenigde Staten gaan. Later blijkt dat hij vanwege een kwaal van een van zijn dochters geen visum krijgt. Ook zijn plan om naar Zuid Afrika te gaan, gaat om die reden niet door. Uiteindelijk gaat Schilstra als predikant naar België. Hij vindt in korte tijd in Oostende een woning en wil daar een gemeente stichten, wat hem ook lukt. (De Werker, 1 okt. 1925, p. 55).

 

6. Schilstra in Zwitserland (1930-1968).

1930. Schilstra gaat vervroegd met pensioen op 52 jarige leeftijd. Hij verhuist met zijn gezin naar Zwitserland. Wordt daar ouderling van de gemeente Bern en zielzorger van het adventistische zorgcentrum op de Brunnersberg bij Solothurn. Af en toe geeft hij ook les op Collonges, het opleidingscentrum voor predikanten in Frankrijk (De Werker, 1 okt. 1925, p. 55).

1938 (nov.). Zijn vrouw Cornelia Schilstra – Laban, overlijdt.

1950. Schilstra is nog steeds actief als ouderling. Maar nu van de nieuwe kapel te Bern. Bovendien geeft hij les op de bijbehorende basisschool van de Adventkerk

1953. Hij hertrouwt met Maria Spahr. Zij is eveneens lerares op de basisschool. In een voor publicatie bestemde brief aan F. Voorthuis blikt Schilstra terug. (Brief februari 1954)
1968 (dec.). Pieter Schilstra overlijdt op 90 jarige leeftijd te Bern  Overlijdensbericht.

 

Publicaties van P. Schilstra.

Voor zover bekend, alleen artikelen in het kerkblad. Vooral tijdens zijn redacteurschap van ‘De Werker’ vanaf juli 1920 tot aug. 1922.

Samengesteld door drs. Hendricus G. van Rijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *