RGK R.G. Kingbeil

 

 

 

 

 

Reinhold Gustav Klingbeil,  geboren 7 september 1868 te Lehnitz, Duitsland (omgeving Berlijn). Overleden 27 april 1928 te Michigan, Verenigde Staten.

Levensloop in context

Eind 19e eeuw

Reinhold Klingbeil staat bekend als de eerste officieel benoemde predikant van het Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten (voortaan ‘Adventkerk’) in Nederland en Vlaanderen. Hij is één van vier kinderen van het echtpaar Klingbeil dat in 1876 emigreerde naar de  Verenigde Staten van Amerika (VS). De familie vestigt zich in de staat Wisconsin. Reinhold is dan acht jaar oud. In 1887 treedt het hele gezin  toe tot de Adventkerk. Daarop besluit Reinhold predikant/zendeling te worden. Hij wordt daartoe aangemoedigd door de Duitser Ludwig R. Conradi, leider van de Adventkerk in Centraal Europa. Na een stoomcursus van vijf maanden vertrekt hij samen met hem naar Duitsland. Reinhold beschouwt zichzelf als ‘zendeling’ in hart en nieren. Zijn thuisbasis blijft de VS.

Het einde van de negentiende eeuw kent een hoge mate van imperialisme. Duitsland, België, Engeland en Frankrijk volgen hun koloniale aspiraties. De VS kent een ander soort imperialisme. Men beschouwt zich als ‘uitverkoren natie’. Vanuit deze gedachte wordt ‘zending’ bedreven. Het wordt opgevat als een heilige morele plicht. Zending beperkt zich niet alleen tot niet-westerse gebieden. Ook het oude Europa moet eraan geloven. Het betreft vooral de nieuwe Bijbeluitleg.

De Industriële Revolutie produceert nieuwe klassen. Één ervan staat tussen het gewone volk en de elite in. Een ‘tussenklasse’, ook wel ‘middenklasse’ genoemd. Tot die middengroep behoren o.a. ‘semi-geletterden’. Mensen die aan zelfstudie doen. Ook wel ‘autodidacten’ genoemd. Zij voelen zich niet meer thuis in de traditionele kerken. Zij beleven het geloof anders en staan open voor een nieuwe uitleg aangepast aan hun situatie.

Nieuwe bewegingen met nieuwe voorgangers ontstaan. Leken en vrouwen zijn belangrijk. Elk lid moet actief zijn. De nieuwe uitleg moet gedeeld worden met anderen. Zowel in Amerika als in Europa. Maar ook in de koloniën. Een internationaal netwerk van gelovigen ontstaat. Veelal uit de middenklasse.

Zij organiseren zich in interkerkelijke bewegingen. De Lutherse ‘Augsburgse Belijdenis’ uit 1830 geeft het sein tot het ontstaan van kerkelijke organisaties. Kerkelijke identiteit, zending en competitie krijgen meer ruimte. Er wordt aan ‘gemeentestichting’ gedaan. Nieuwe kerkgenootschappen ontstaan. Elk met een eigen missie.

Een gebrek aan voorgangers ontstaat. Evangelisten die met vuur de nieuwe uitleg verkondigen. ‘Bijbelscholen’ en ‘stoomcursussen’ doen hun intrede. Opleidingen op het niveau van semi-geletterden. De Bijbel staat daarbij centraal.

De Amerikaanse zendeling in Europa wordt niet belemmerd door conventies. Hij komt om zijn missie te vervullen. Op kritiek zit hij niet te wachten. Hij komt met een negatief beeld. De Europeaan zit vastgeroest in oude denkpatronen die om bevrijding vragen.

Deze aanmatigende houding veroorzaakt spanningen. Duitsers en Nederlanders voelen zich ook uitverkoren. Het zijn de hoogtijdagen van het imperialisme. Ieder land bouwt aan zijn eigen nationale mythe. De frontmentaliteit van de Amerikaanse zendeling wekt ergernis, vooral bij Europese adventisten in leidende posities. De Amerikaanse zendeling luistert niet en weet alles beter. Zijn patriottisme is gericht op de VS.

Dit verklaart Klingbeil’s ambivalente houding tegenover Duitse leiders. Maar zijn onbevangenheid opent ook harten. Velen laten zich in Nederland en Vlaanderen door hem overtuigen en inspireren

Naar Europa

Klingbeil predikt de Adventboodschap. Eerst in Duitsland, dan in Nederland en later in Vlaanderen. Hoofdthema: ‘Het prediken van Gods waarschuwingen voor deze tijd tegen de dwalingen der Rooms-katholieke en Protestantse leerstellingen met het oog op de spoedige wederkomst van Christus’.

Eerste tot kerk omgebouwde plaats van samenkomst in 1887

Eerste tot kerk omgebouwde plaats van samenkomst in 1887

Hij is niet de eerste adventist in Nederland. Bij aankomst (1893) noemt hij mevrouw Potze uit Winschoten. Maar ook zij is niet de eerste. Er waren al eerder christenen die sabbat vierden op zaterdag. Vooral in de provincie Groningen. Vermoedelijk als gevolg van contacten over de grens. De namen Mattheüs J. van der Schuur en Jan Grul uit Nieuwe Pekela zijn ons overgeleverd. Zij staan aan de wieg van de Adventkerk in Europa. Zij verlaten in 1882 de Hervormde Kerk en raken geïnteresseerd in de Zevende-dags baptisten, maar kiezen in 1887 voor de Adventkerk. Zij vergaderen in een tot kerk omgebouwd  stenen huisje ergens in de buurt van het dorp ‘t Zand. Daar vinden de eerste samenkomsten van de Adventkerk in Nederland plaats. Deze gebeurtenis is in 1987 feestelijk herdacht.

Mattheüs van der Schuur wordt in 1887 ingezet als vertaler te Bazel. Daar bevindt zich het centrale zendingshuis van de Adventkerk. Het eerste onroerend goed in Europa. Jan Grul werkt als colporteur. Eerst in de provincie Groningen, later (in 1889) te Hamburg. Zijn naam wordt genoemd in een Duits kerkblad van de Adventkerk uit 1891. Hij staat genoteerd als lid van een kiescommissie tijdens een conferentie. Als Klingbeil in 1893 in Nederland aankomt, zijn beiden reeds vertrokken naar het buitenland. Er schijnt geen contact geweest te zijn met mevrouw Potze uit Winschoten. Twee van haar drie dochters trouwen later met vooraanstaande adventpredikanten.

Klingbeil is confronterend en emotioneel in zijn werkwijze. Een evangelist naar Amerikaans model. Hij maakt deel uit van de nieuwe middenklasse. Een product van de Industriële Revolutie. Er worden andere accenten gelegd. Ook op het gebied van kerkelijke organisatie. Vooruitgang wordt gemeten volgens tastbare maatstaven. De aantallen dopelingen, kerken en zendingsvelden worden nauwkeurig bijgehouden. Domineeskerken worden ontmoedigd. Leken zijn belangrijk. Er is sprake van veel vrijwilligerswerk. Een internationaal netwerk ontstaat.

Klingbeil begint eind 1893 te Rotterdam en Amsterdam. Hij trouwt in 1896 Cornelia Knecht (roepnaam ‘Kee’) uit Ridderkerk (een van zijn eerste dopelingen te Amsterdam). Onder hem krijgt de Adventkerk zowel in Nederland als ook in Vlaanderen vaste voet aan de grond.

De naam ‘Adventkerk’ komt voor het eerst in gebruik na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1901 organiseert men zich in de vorm van een vereniging. Dat blijkt ook uit de vormgeving van de sabbatdiensten. In het begin vinden deze plaats in huiskamers en gehuurde zalen. Programmaonderdelen worden overgenomen vanuit Duitsland en de VS. De eerste dienst heet ‘sabbatschool’ en is gewijd aan Bijbelstudie. Deze begint om 9 uur met de ‘voorklas’ voor leraren. De sabbatschool zelf begint om 10 uur. Ieder lid heeft een lesboekje. Onderwerp en uitwerking zijn overal gelijk. De dienst begint met openingslied, gebed, schriftlezing en tussenlied. Vervolgens worden de notulen van de vorige vergadering gelezen. Daarin wordt o.m. de herhalingsles van de vorige sabbat kort weergegeven. Daarna volgt de goedkeuring door handopsteking. Pas dan begint de lesbespreking in groepen. De dienst wordt afgesloten met zendingsbericht, collecte, lied en slotgebed. Daarna volgt de eredienst. Daarin staan voorganger en preek centraal. De ouderling en eerste diaken blijven tijdens de dienst op het podium als de predikant voorgaat. Ook deze dienst wordt voorafgegaan door het lezen van de notulen. Na 1945 worden notulen en herhalingsles geschrapt. Diensten krijgen een meer kerkelijk karakter.

Het millennium

Johannes de Heer treedt toe in 1896. Hij wordt ouderling van de gemeente Rotterdam. Hij scheidt zich in 1902 samen met anderen af en richt later de interkerkelijke ‘Maranathabeweging’ op. Hij integreert enkele denkbeelden van de Adventkerk in zijn nieuwe profetische uitleg. De leer over de ‘spoedige wederkomst van Christus’  blijft behouden. Het blijft een favoriet thema in zijn liederen. Uit de ‘Maranathabeweging’ komt later de Evangelische Omroep voort. Een beweging van ‘behoudende evangelicalen’, ook wel ‘premillennialisten’ genoemd. Zij kennen een bijzondere plaats toe aan het volk Israël in de eindtijd.

De duizend jaar uit het Bijbelboek Openbaring hoofdstuk twintig fascineert de nieuwe bijbeluitleggers. Met het jaar 1900 in zicht, tekenen zich drie stromingen af: pre- , post- en a-millennialisten. Premillennialisten plaatsen de wederkomst van Christus aan het begin van de 1000 jaar. Postmillennialisten aan het eind. A-millennialisten houden zich nauwelijks met dit onderwerp bezig. Premillennialisten worden vandaag tot de ‘evangelicalen’ gerekend. Post- en a-millennialisten tot de ‘oecumenicalen’. Zij zijn meer met het ‘hier en nu’ bezig. Premillennialisten zien uit naar spoedige komst van Christus. Zij zijn cultuurkritischer. Zij hangen de zienswijze van Tertullianus uit Carthago aan: ‘Wat heeft Jeruzalem met Athene van doen’?

In de negentiende eeuw trekken pre-, post- en a-millennialisten nog samen op. In de twintigste eeuw wordt de kloof wijder en dieper. Vandaag gaan ‘evangelicalen’ vaak hun eigen weg. Zij organiseren zich in grote verbanden en proberen de zendingsgeest uit de negentiende eeuw levend te houden.

Colportage

Conradi stuurt in 1897 Joseph Wintzen vanuit Duitsland naar Nederland als ‘Chef’ colporteur.

Joseph Wintzen

Joseph Wintzen

Hij moet het colportagewerk organiseren naar Duits model en een oogje in het zeil houden. De boeken die verkocht worden reflecteren de nieuwe bijbeluitleg. Het betreft vertalingen vanuit het Engels en het Duits. Conradi draagt als begenadigd schrijver een steentje bij. De helft van het verkoopbedrag is voor het levensonderhoud van de colporteur. Een deel van de andere helft voor de ‘zending’. Op die manier wordt gewerkt aan een gezonde financiële basis.

Colportage is in die tijd een bekend verschijnsel. Afgelegen gebieden worden bezocht door colporteurs. Conradi uit kritiek op de confronterende Amerikaanse manier van evangeliseren. De stille onopvallende methode van colportage werkt effectiever. Adventisten verliezen als sabbatvierders soms hun baan. Beroepscolportage brengt dan uitkomst. Eerst wordt een stad of streek voorbereid door colporteurs. Daarna komt de evangelist om te ‘oogsten’. In het begin is de evangelist tevens colporteur.

Het eerste instituut door Conradi in het leven geroepen is dan ook een school voor colporteurs. Uitgeverswerk en colportage zijn Conradi’s paradepaarden. Het werk van de predikant wordt opgevat als colporteren en evangeliseren. Conradi stuurt de Duitser Joseph Wintzen naar Nederland om het werk op deze basis vorm te geven. Klingbeil zit meer op het spoor van het Amerikaanse confrontatiemodel. Hij laat de verkoop van lectuur over aan anderen.

Wintzen is Conradi’s vertrouweling. Hij wordt in 1902 benoemd tot hulppredikant en in 1907 ingezegend tot predikant. Hij is evenals Klingbeil een autodidact met slechts enkele maanden opleiding. Hij blaast hoog van de toren, maar heeft in het begin als ‘zielenwinner’ matig succes. Hij kan zich uiteindelijk als vertrouweling van Conradi niet waarmaken.

In de beginjaren is er sprake van een sterke Nederlandse inbreng met kritische inslag. Na 1902 volgt een Anglo-Amerikaanse periode onder Klingbeil, Joseph Wibbens en Pieter Schilstra. Wintzen keert in 1910 naar Duitsland terug. Hij bekleedt daar verschillende kerkelijke functies, maar komt in 1922 weer naar Nederland terug. Op voordracht van Conradi wordt hij benoemd tot voorzitter van het Nederlandse Veld. Een periode onder directe Duitse supervisie breekt aan.

Startproblemen

In 1902 breekt in het Nederlandse Veld een conflict uit. Er zijn dan 240 gedoopte leden. Conradi noemt als oorzaken: (1) de heiligdomsleer, (2) de persoon en geschriften van Ellen White, (3) een nationalistische houding tegenover sommige buitenlanders.

Punt 1 betreft de bijbeltekst Daniël 8 vers 14: ‘2300 avonden en ochtenden, daarna zal het heiligdom gereinigd worden’. Een sleuteltekst bij een profetische bijbeluitleg. 2300 profetische dagen geteld als jaren reiken vanaf Daniël tot het jaar 1844 na Christus. Met het heiligdom wordt de joodse tempel bedoeld. Tot 70 na Christus voor de joden een plaats waar alles om verlossing draait. Paulus verwijst echter in zijn brief aan de Hebreeën al naar de hemelse tempel als het ware heiligdom (hoofdstukken 7 – 10). Daarin treedt Jezus Christus op als de ware verlosser. Alleen Hij reinigt van zonden op grond van zijn bloed. Deze reiniging wordt in verband gebracht met de ‘Grote Verzoendag’ van het nieuwe verbond en omvat twee fasen: ‘een onderzoekende en uitvoerende’. Deze fasen zijn gekoppeld aan de twee vertrekken in het hemels heiligdom.

De kerkgeschiedenis van Amerika wordt gedomineerd door een aantal grote opwekkingen. De derde grote opwekking rond 1846 betreft de opkomst van het spiritualisme. Groepen als de ‘Shakers’ en ‘Quakers’ krijgen dan veel aandacht. Maar ook het spiritisme doet z’n intrede. De centrale gedachte is: ‘God is Geest’ (Joh. 4:24). God als Geest vraagt om een dualistisch wereldbeeld. Het letterlijke, concrete, lichamelijke en stoffelijke moet wijken voor het geestelijke. Volgens de pioniers van de Adventkerk een platonische opvatting. Zij stelden daar een ‘ondeelbare werkelijkheid’ tegenover. Daarin blijven beide, stoffelijke en geestelijk, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze zienswijze zou ook meer in lijn zijn met de context van het Hebreeuwse woord voor ‘Geest’ (ruach).

Het opstandinglichaam van Jezus wordt dan ook als een echt lichaam beschouwd en de hemel als een plaats ‘met vele woningen’. Eén daarvan is het hemels heiligdom waar Paulus over spreekt. Daar wordt door Jezus een oordeelswerk verricht dat zich in twee ‘letterlijke ruimten’ voltrekt, namelijk het heilige en het allerheiligste. Ellen White – een adventistische visionaire – bevestigt deze uitleg in haar eerste twee visioenen rond 1845. Zij legt de nadruk op de ‘gestalten’ van God de Vader en Jezus de Zoon. Maar ook op de ‘letterlijke ruimten’ van het hemels heiligdom. Vandaar uit vindt het letterlijke oordeel over levenden en doden plaats. Dit alles als tegenpool van en reactie op het toenmalige spiritualisme.

Pieter Rijsdam is in 1902 de eerste ingezegende predikant van Nederlandse bodem. Hij twijfelt aan de juistheid van deze uitleg. Hij krijgt bijna het hele hoofdbestuur aan zijn kant. Hij schrijft samen met anderen een brochure. Daarin ergert hij zich vooral aan de letterlijke uitleg en de visioenen van Ellen White die deze uitleg ondersteunen.

Conradi is niet in staat het conflict op te lossen. Later bekent hij zelf zijn twijfels te hebben gehad. Ongeveer 200 leden haken af plus 2 predikanten. Klingbeil als voorzitter wankelt. Vandaag wordt meer nadruk gelegd op ‘twee fasen’ i.p.v. ‘twee letterlijke ruimten’. Rond 1902 lag dat anders.

Punt 2 heeft betrekking op Ellen White. Zij wordt in Amerika als profetes ‘ervaren’, maar moet in Europa als zodanig ‘geïntroduceerd’ worden. Zij ondersteunt met haar visioenen en raadgevingen de leer van de kerk. Daarom kan zij voor de tegenpartij geen ware profetes zijn. Duitse leiders van voor de tweede wereldoorlog beschouwen de geschriften van Ellen White niet als een ‘onfeilbaar richtsnoer in geloofszaken’, maar wel als ‘opbouwend, troostend en bemoedigend’ (1 Korintiërs14:3).

Ellen White heeft een methodistische achtergrond. Na de onafhankelijkheidsoorlog, neemt de invloed van Wesleys methodisme in de VS toe. Vooral vrouwen voelen zich aangetrokken. Sommigen ontvangen ‘goddelijke bezoeken’, dikwijls gepaard met ‘lichamelijke effecten’. Zij presenteren zich als profetessen en krijgen daardoor meer invloed. De VS wordt niet voor niets de bakermat van de pinksterbeweging genoemd.

‘American Methodist Societies’ sturen rond 1830 ongetrouwde vrouwen de zending in. ‘Zending’ wordt breed opgevat. Methodisten beschouwen Engeland en Amerika als even duister als Afrika. Geleidelijk ontstaat een vrouwenbeweging ‘met een boodschap’. Zij ontwikkelen holistische zendingsmethoden. Onderwijs, gezondheidszorg en sociale hervormingen krijgen speciale aandacht. Tegelijkertijd is er ook sprake van ‘bijbelvrouwen’. Getrainde uitleggers van de Bijbel. In Wesleys ‘heiligheidbeweging’, oefenen vrouwen grote invloed uit als leiders.

Punt 3 betreft ‘nationalistische gevoelens’. De periode 1879 tot 1914 staat bekend als de tijd van ‘hoog imperialisme’. Nederland is weliswaar geen grootmacht, maar bezit wel koloniën groter dan Duitsland en Frankrijk samen. Volgens de dissidenten stellen adventistische kerkleiders zich ‘ironisch en arrogant’ op. De dissidenten wensen op hun beurt naar goed Hollands gebruik niet alles te slikken.

47 (van de 240) leden blijven over na de afscheiding. Klingbeil wankelt, maar zijn vrouw blijft overtuigd. Klingbeil trekt zich een jaar lang terug. De Duitse leiding verliest vertrouwen in hem. Hanz Schuberth uit Duitsland neemt zijn taak over. Het jaar daarop krijgt Klingbeil echter een nieuwe kans. Nu niet in Nederland maar in Vlaanderen. Daar richt hij de gemeenten Antwerpen en Brussel op. Hij introduceert in Brussel met groot succes de tentzending.

Vlaanderen

Pionierswerk in België is zwaar. De verhoudingen tussen rooms-katholieken en protestanten staan op scherp. Klingbeil is daardoor gevormd. Hij maakt soms gebruik van onconventionele middelen en legt bepaalde accenten.

Het vinden van een geschikte vergaderruimte is in Vlaanderen niet gemakkelijk. Een eigenaar zegt eerst toe, maar na een week trekt hij zijn toezegging weer in. De oorzaak is dat meneer pastoor hem onder druk heeft gezet. Soms worden mensen gewaarschuwd en opgehitst vanaf de kansel. Opgeschoten jongens verstoren de vergaderingen. In enkele gevallen moeten samenkomsten gehouden worden onder politiebewaking.

Klingbeil huurt in Brussel een woning met een grote voorkamer. Op sabbat wordt de voorkamer gebruikt als vergaderzaal. Zelf maakt hij samen met zijn gezin gebruik van de achterkamertjes en de eerste etage.

Amerikanen introduceren eind negentiende eeuw de ‘campmeeting’ in Zwitserland. In 1907 schenkt de VS aan het Belgische veld een linnen tent met 400 zitplaatsen. De tent wordt in het najaar meteen ingezet te Brussel voor openbare lezingen. Twee jaar later worden nog twee tenten aangeschaft. Deze tenten worden later ook in Nederland ingezet, zowel bij zendings- alsook bij jaarconferenties.

Het opzetten en afbreken van de tent is zeer arbeidsintensief. Zo moet de tent vervoerd worden. Daarvoor is een vrachtwagen nodig. Gemeenteleden moeten gemobiliseerd worden om de tent op te zetten. ’s Nachts moet de tent bewaakt worden. De tentbewaker slaapt in een kleine tent naast de grote. Soms samen met een of twee kandidaat-predikanten. Bij storm of regen moet de spanning van het tentdoek worden gehaald, enz.

’s Avonds wordt de tentsamenkomst opgeluisterd met lichtbeelden. Er wordt geprojecteerd met een ‘toverlantaarn’. Op die manier worden profetisch historische onderwerpen inzichtelijk gemaakt. Er worden ook plaatjes vertoond over gezond leven en de voortgang van het werk in de zendingsvelden. Het programma wordt opgeluisterd met samenzang. Een draagbaar traporgeltje zorgt voor begeleiding. Het hele gezin van de evangelist wordt ingeschakeld. Een dochter bespeelt het orgeltje. De echtgenote van de evangelist zingt de liederen voor. Een ander familielid bedient de toverlantaarn.

In 1905 is Klingbeil weer voor een korte tijd terug in Nederland. Nu als voorzitter van het Nederlands -Vlaamse Veld. Maar hij blijft in Brussel wonen. In 1910 wordt Vlaanderen echter losgekoppeld van het Nederlandse Veld. Het Vlaamse en Waalse deel worden samengevoegd tot het Belgische Veld. In 1909 verhuist Klingbeil naar Nederland, maar gaat twee jaar later opnieuw terug naar Brussel. Nu als voorzitter van het verenigde Belgische Veld. Zowel het Belgische als het Nederlandse Veld blijven onderdeel van de West-Duitse Unie.

De Grote Oorlog

In 1914 breekt de Grote Oorlog uit. Klingbeil schrijft in het evangelisatieblad ‘Tekenen der Tijden’: ‘Herhaalde malen hebben wij in dit blad erop gewezen, dat volgens de duidelijke uitspraken van sommige profetieën, de Turken hun zetel naar Jeruzalem zullen verplaatsen (Daniël 11:45)’. ‘…De verdrijving van ‘den Turk’ uit Europa is voor de kinderen Gods het teken van de op handen zijnde wederkomst des Heren en de opstanding der doden’ (Daniël 12:1,2).

De Generale Conferentie in de VS maant tot voorzichtigheid. Maar voor een evangelist als Klingbeil is alles duidelijk. Het einde van de wereld is nabij: ‘Jezus komt, zijt gij bereid’?

Wintzen schrijft in 1915 in opdracht van Duitse leiders de omstreden brochure: ‘De Christen en de Oorlog’. Hij verdedigt daarin het standpunt: ‘Dienstplicht in oorlogstijd is burgerplicht’. Klingbeil ervaart daarvan na de oorlog de negatieve gevolgen. A.G. Daniels (leider van de wereldkerk) blijft weliswaar solidair met de Duitse leiding, maar spreekt ook over ‘gemaakte fouten’.

Het standpunt van de Duitse leiding stoot bijbelvaste adventisten tegen de borst. Zij lezen de krant naast Bijbel. Het einde van de wereld is in zicht. Jezus komt terug! Een tijd van geestelijke voorbereiding breekt aan. ‘Dienstplicht als burgerplicht’ is dan geen optie. Het gevolg is dat groepen adventisten in Europa de kerk verlaten. Anderen organiseren zich in een reformatiebeweging.

Naoorlogse perikelen

Adventisten in Nederland en België zijn na 1918 de Duitse bemoeienis beu. Bovendien lijdt Duitsland aan geldontwaarding. Dit betekent inkrimping van de Duitse invloedssfeer. Ook binnen de kerk. Kortom, de vooroorlogse situatie kan niet meer hersteld worden. Er wordt nagedacht over reorganisatie. Voor de oorlog maakte heel Europa deel uit van één Divisie met een aantal Unies. Nu overweegt men deze ‘Europese Divisie’ op te splitsen in vier delen. Eén van de vier heet Centraal Europese Divisie, met Duitsland als kerngebied en Berlijn als hoofdzetel. Conradi probeert zoveel mogelijk velden aan deze ene divisie te koppelen. Zo ook het Nederlandse en Belgische Veld samen met de bijbehorende overzeese gebiedsdelen.

Joseph Wibbens

Joseph Wibbens

In 1919 is Joseph Wibbens voorzitter van het Nederlandse Veld. Hij is westers georiënteerd. Aansluiting bij Engeland ligt voor de hand. In België is Klingbeil voorzitter. Hij is eveneens westers georiënteerd, maar ook op Duitsland gericht. Met Klingbeil in België kan het Belgische Veld misschien bij Duitsland blijven, zoals voor en tijdens de oorlog. Dit blijkt niet haalbaar. De verhoudingen zijn ernstig verstoord. Ook binnen de kerk. Duitse soldaten met een adventistische achtergrond schieten tijdens de oorlog op Belgen. Het gevolg is dat al in 1919 het Belgische Veld wordt losgescheurd van Duitsland.

Sleutelfiguur bij de oppositie in België is de Nederlandse adventpredikant Johan Hendrik Weidner. Hij neemt samen met anderen stelling tegen de Duitse ‘overheersing’. Klingbeil wordt als voorzitter ‘oneervol losgelaten’ en moet in 1919 onmiddellijk vertrekken. Hij wordt beschouwd als verlengstuk van de Duitse leiding.

Het plan om de Europese Divisie op te delen in vier delen bestaat in de periode 1919-21 nog op papier. Alleen de positie van het Belgische Veld is duidelijk sinds de oppositie van Hendrik Weidner. De kans is groot dat het Nederlandse Veld ook voor een toekomstige Duitse Divisie verloren gaat. Klingbeil keert in 1919 na een korte rustpauze in Frankrijk terug naar Den Haag. Hij wordt daar opnieuw benoemd als voorzitter van het Nederlandse Veld, terwijl Joseph Wibbens zijn plaats inneemt in België.

Duitsland heeft de oorlog verloren en lijdt aan prestigeverlies. Ook binnen de kerk. De Duitse koloniën in Afrika worden verdeeld onder Engelsen en Fransen. Duitse zendelingen worden gevangen gezet en uitgewezen. Amerikaanse zendelingen nemen hun plaatsen in. Dit wordt ook wel het ‘Amerikaanse Uur’ genoemd. Volgens het ‘Verdrag van Versailles’ is Duitsland ongeschikt als koloniale macht. Dit veroorzaakt in Duitsland een collectief trauma en wordt de ‘Grote Leugen’ van Versailles genoemd.

Nederlands bestuur

Wibbens is evenals Klingbeil in Amerika opgeleid. Hij komt oorspronkelijk uit de provincie Groningen, maar emigreert op twintigjarige leeftijd naar de VS. Hij wordt daar adventist, volgt een opleiding tot predikant en trouwt een Amerikaanse vrouw. In 1901 wordt hij uitgezonden naar Nederland. Hij is evenals Klingbeil Anglo-Amerikaans georiënteerd en heeft moeite met de vrijblijvende houding van Conradi t.a.v. Ellen White. Bovendien kiest hij openlijk voor meer zelfstandigheid van het Nederlandse Veld. Hij heeft problemen met het standpunt van de Duitse leiding t.a.v. het militaire vraagstuk en verdedigt de optie van ‘gewetensbezwaarde dienstweigeraar’. Hij is vanaf 1911 voorzitter van het Nederlandse Veld. Het is de enige periode (vóór 1944) onder direct Nederlands bestuur. Als Nederlander met internationale ervaring is hij de ideale man op de juiste plaats. Hij is dan ook zeer verbaasd over het abrupte einde van zijn voorzitterschap als gevolg van Klingbeils ‘oneervolle loslating’. Maar ook over Conradis aspiraties voor een (Duitse) zending in Nederlands-Indië. Om die reden moest het Nederlandse Veld hecht verankerd worden in de Centraal Europese Divisie, met Duitsland als kerngebied.

Wibbens werkt in periode 1911-19 nauw samen met de Fries Pieter Schilstra, een geboren evangelist die de confrontatie zoekt in het publieke debat.

Pieter Schilstra

Pieter Schilstra

Hij zit op één lijn met Wibbens en Klingbeil: ‘Cultuurkritisch en sterk gericht op het openbaar worden van de laatste dingen’.

Op 1 jan. 1920 wordt het Nederlandse Veld opgesplitst in twee delen. Klingbeil wordt voorzitter van het West-Nederlandse Zendingsveld met Den Haag als hoofdkwartier.

Schilstra wordt gekozen als voorzitter van het Oost-Nederlandse Zendingsveld met Groningen als hoofdkwartier. Er is sprake van nieuw elan. Er worden plannen gemaakt voor de aankoop van kerkgebouwen. Eveneens wordt een bouwfonds opgericht voor een eigen opleidingscentrum en sanatorium.

In februari 1920 dient zich het project ‘Weense kinderen’ aan. Het betreft minderjarigen uit gezinnen in het Oostenrijkse Veld die ondervoed zijn. Zij worden door Nederlandse adventisten opgevangen om aan te sterken. Conradi legt de eerste contacten. Het past in zijn strategie om het Nederlandse – en het Oostenrijkse Veld hecht te verankeren in de nieuw op te richten Centraal-Europese Divisie met Duitsland als kerngebied. Vooralsnog bestaat dit plan alleen nog op papier. Het Nederlandse Veld is nog niet geïnformeerd.

Voor dit project wordt in het Nederlandse Veld een speciaal comité opgericht met Klingbeil als voorzitter. In Wenen wordt het ‘Niederlandisches Hilfskomitee für die Wiener Kinder’ opgericht. Er wordt toestemming gevraagd aan de Nederlandse overheid. Daarop volgt een positieve reactie. Dhr. Dr. Schoonenbeek reist namens de regering naar Wenen. Hij maakt het officiële papierwerk in orde, waarna het transport per trein (onder begeleiding) naar Nederland kan beginnen. Vervolgens worden de kinderen bij verschillende families ondergebracht.

Duitse zendingsdrang

De Adventkerk in Duitsland zit in z’n maag met de tot terugkeer gedwongen zendelingen. Bovendien wil men het ,leugenachtig besluit van Versailles’ ontduiken. Er wordt naar nieuwe zendingsvelden gezocht. Het oog valt op Nederlands-Indië. In 1921 wordt plotseling melding gemaakt van vier Duitse zendelingen die onder Nederlandse vlag naar Nederlands-Indië vertrekken. Klingbeil schrijft in het Nederlandse kerkblad: ‘Moeten in de Nederlandse Koloniën vreemdelingen het werk beginnen en voortzetten’? Geleidelijk aan wordt het Nederlandse Veld steeds belangrijker als uitvalsbasis voor de Duitse en Nederlandse Adventzending in Nederlands-Indië.

Dit plan bestaat in de periode 1919-21 nog op papier. Alleen de positie van het Belgische Veld is duidelijk. De kans is groot dat ook het Nederlandse Veld voor een eventuele Centraal Europese Divisie verloren gaat en aansluiting zoekt bij Engeland. Klingbeil ondersteunt nu openlijk het streven naar meer zelfstandigheid. Hij noemt Duitse zendelingen ‘vreemdelingen’! Maar Conradi wil het Nederlandse Veld koste wat het kost voor Duitsland behouden als springplank voor de zending. Later leggen Duitse en Nederlandse zendelingen samen de basis voor de Adventkerk in Indonesië.

Wintzen geeft in december 1921 per brief te kennen dat hij graag als predikant naar Nederland wil terugkeren. Zijn verzoek wordt echter door het hoofdbestuur o.l.v. Klingbeil afgewezen. Hij kan wel terugkomen maar alleen als beroepscolporteur. Tegelijkertijd komt een brief van Conradi binnen. Daarin wordt melding gemaakt van een grote zendingsconferentie die eind januari 1922 in Den Haag zal plaatsvinden. Klingbeil reageert verbaast. Het aankondigen van zo’n groot evenement op korte termijn is zeer ongebruikelijk. Er wordt om meer informatie gevraagd.

Op 19 januari 1922 komt een grote Duitse delegatie onder leiding van Conradi naar Den Haag. Tijdens de daaropvolgende conferentie (19-23 januari) worden Klingbeil en Schilstra afgezet als voorzitters. De Duitser Wintzen wordt gekozen tot nieuwe voorzitter van het verenigde Nederlandse Veld. Want de afdelingen Oost- en West-Nederland worden opnieuw samengevoegd. Dit zet veel kwaad bloed. Sluimerende anti-Duitse gevoelens komen acht jaar later bovendrijven. Klingbeil en Schilstra verdwijnen uiteindelijk naar het Belgische Veld dat nu een onderdeel is van de Zuid-Europese Divisie, met Bern als hoofdkwartier. Voor het Nederlandse Veld breekt een periode onder Duitse supervisie aan. Vooral met het oog op Nederlands Indië. Het vertrek van de Fries Schilstra leidt tot afbraak van het werk in de oostelijke provincies. Een anti-Duits sentiment steekt de kop op met de Fries Minne Kramer als aanvoerder.

Klingbeil ontvangt een uitnodiging van het Belgische Veld om daar opnieuw als predikant te komen werken. Hij verlangt ‘eervol’ te worden teruggeroepen en wordt volledig gerehabiliteerd. Hij vertrekt in 1923 naar Antwerpen. Het Belgische Veld maakt nu deel uit van Zuid-Europese Divisie. Klingbeils band met Duitsland is nu definitief verbroken. Een jaar later vertrekt ook Schilstra naar België. In 1926 wordt Klingbeil door de Generale Conferentie in de VS gevraagd om terug te keren. Hij overlijdt in 1928 in de staat Michigan aan een hartaanval. Hij is 59 jaar oud geworden.

Chronologisch overzicht

Oprichter Adventkerk in Nederland 1893-1902

1892 (zomer en najaar). Colportage en stoomcursus van vijf maanden op Union College, Lincoln, Nebraska in de VS op aanraden van Ludwig Conradi, leider Adventkerk Centraal Europa.

1893 (voorjaar). Enkele maanden studie op Battle Creek College, te Battle Creek, Michigan in de VS, met cursussen van Uriah Smith, Ludwig Conradi en A.T. Jones.

1893 (juni). Klingbeil komt in Duitsland aan. Hij wordt de eerst vijf maanden ingezet als colporteur/evangelist te Hamburg, Sleeswijk, Wuppertal en Magdenburg. In de laatstgenoemde stad richt hij een gemeente op.

1893 (juni). Klingbeil werkt onder de boerenbevolking rondom Magdenburg. Hij legt vermoedelijk de eerste contacten in het boerengehucht ‘Klappermühle’, later Friedensau. Hij heeft mogelijk als voormalig boerenzoon goede ingang bij de plaatselijke bevolking. Vermoedelijk heeft hij Conradi attent gemaakt op het verwerven van grond voor de bouw van een school, sanatorium en verzorgingshuis voor ouderen.

1893 (eind). Klingbeil ontvangt opdracht van Conradi om naar Rotterdam te gaan.

Eerste tot kerk omgebouwde plaats van samenkomst in 1887

Eerste tot kerk omgebouwde plaats van samenkomst in 1887

Klingbeil is niet de eerste adventist in Nederland. Er zijn dan al eerder sabbatvierders in de provincie Groningen. Vermoedelijk als gevolg van contacten over de grens. Twee namen zijn ons overgeleverd: ‘Mattheüs J. van der Schuur’ en ‘Jan Grul’. Zij komen uit het oostelijk deel van de provincie Groningen. Vermoedelijk het dorp Nieuwe Pekela. Zij verlaten in 1882 de Hervormde Kerk en raken geïnteresseerd in de zevende-dag baptisten, maar kiezen in 1887 voor de zevende-dag adventisten. Zij vergaderen in een tot kerk omgebouwd stenen huisje in de buurt van dorp ’t Zand. Daar vinden in 1887 de eerste samenkomsten van de Adventkerk op Nederlandse bodem plaats.

Conradi spreekt over de ‘eerste vijf sabbatvierders in Nederland’ die ‘opgenomen worden’ (als volwassenen al gedoopt bij de baptisten).

Van der Schuur wordt meteen in 1887 ingezet als vertaler in het zendingshuis van de Adventkerk te Bazel. Grul werkt als colporteur in provincie Groningen en later in Hamburg. Hij neemt in 1889 zijn intrek in het pas opgerichte zendingshuis van de Adventkerk aan de Sophiënstraβe in de wijk St. Pauli. In 1891 wordt Grul vermeld in een Duits gemeenteblad van de Adventkerk als lid van een kiescommissie voor de eerste conferentie in Duitsland.

1895. Zeven personen worden gedoopt in de Maas bij Rotterdam. Twee adventisten uit Zuid Afrika (Wessels en Groenendaal) zijn voor studie in Nederland en doen samen met Klingbeil het voorbereidend werk.

1895. De eerste vertaling en productie van een boekje van Ellen White in Nederland. Het betreft ‘Schreden naar Christus’. De kosten worden gedragen door de eerste groep adventisten te Rotterdam.

1896. De oprichting van de eerste gemeente te Amsterdam. Het werk in Rotterdam blijkt onvruchtbaar. Klingbeil krijgt de opdracht naar Mönchen-Gladbach (Duitsland) te gaan. Vlak voor zijn vertrek ontvangt hij een telegram van Conradi. Hij moet naar Amsterdam vertrekken. Een groep belangstellenden wacht op zijn komst. In Amsterdam wordt uiteindelijk de eerste officiële adventgemeente op Nederlandse bodem gesticht.

Zie ook Adventbode, (April 1977), pp. 16-17 (deel 1)  (deel 2)

1896 (oktober). Het eerste evangelisatieblad in het Nederlands wordt uitgegeven met als naam ‘Zions-Wachter’, later ‘Teekenen des Tijds’.

1896 (laatste sabbat van oktober). Klingbeil wordt ingezegend tot predikant te Hamburg. Holser (directeur van het zendingshuis te Bazel) spreekt het wijdingsgebed uit en de Amerikaan Loughborough (de eerste Adventhistoricus) de apostolische opdracht.

1896 (december). Klingbeil noemt in de Duitse versie van de ‘Zions-Wachter’ voor het eerst de naam Johannes de Heer: ‘Br. de Heer die hier (te Rotterdam) ijverig werkt’. Deze scheidt zich in 1902 af en richt de interkerkelijke ‘maranathabeweging’ op met ‘Het Zoeklicht’, als contactblad. Hij integreert enkele denkbeelden van de Adventleer in zijn profetische uitleg.

1896 (oudejaarsdag). Klingbeil trouwt met Cornelia Knecht (Knegt) te Amsterdam.

RGK Echtpaar Klingbeil

Echtpaar Klingbeil 1896

Zij en haar broer Jan zijn in dat jaar gedoopt in het IJ (zwembad Obelt) samen met anderen. Het was de tweede doop in Nederland georganiseerd door de Adventkerk. Haar broer wordt Adventpredikant, maar kiest in 1902 de kant van de scheidende partij.

Uit dit huwelijk worden 5 kinderen geboren:

  • (1) Marie, 1898 in Den Helder (Later eerste vrouw van zendeling Klaas Tilstra. Zij sterft in een Japans kamp in 1945 op Java.)
  • (2) Olga, 1901 te Utrecht (Zij sterft op 16-jarige leeftijd aan ondervoeding op 7 december 1917 te Brussel).
  • (3) Albertina,1905 te Antwerpen (Zij wordt na de Tweede Wereldoorlog de tweede vrouw van zendeling Klaas Tilstra).
  • (4) Reinhold,1909 in Den Haag.
  • (5) Louis,1911 te Brussel.

1897 (januari). Joseph Wintzen komt naar Nederland als ‘Chef’ colporteur. Hij is geboren en getogen in Duitsland. Zijn ouders zijn lid van de eerste adventgemeente in Duitsland. Conradi is betrokken bij hun doop en neemt Wintzen onder zijn hoede. Wintzen is autodidact. Hij volgt een stoomcursus als colporteur/evangelist en moet in het nieuwe Nederlandse Veld het colportagewerk organiseren volgens Duits model.

Er wordt voor het eerst melding gemaakt van de inzegening van een diaken in Nederland. Het betreft dhr. J.Obbes jr. uit de adventgemeente Amsterdam.

Het eerste artikel over de Adventkerk verschijnt in de belangrijkste Nederlandse dagbladen naar aanleiding van een ‘volwassen doop’ in de Noordzee bij Den Haag. Het betreft ‘22 dopelingen, waarvan de oudste 82- de jongste 12 jaar is’. Klingbeil mag als reactie een artikel schrijven.

1897 (juni). In de Duitse editie van de ‘Zions-Wachter’ wordt in een colportagebericht melding gemaakt van de eerste vijf Duitse colporteurs die naar Nederland komen ter versterking.

1897 (juli). Tijdens de zevende zitting van de Europese Divisie te Berlijn, worden de gemeenten Amsterdam en Rotterdam officieel opgenomen in kring van Europese adventgemeenten.

1898. (winter). Conradi huurt (samen met Klingbeil) een van de mooiste gebouwen in Utrecht voor Openbare Lezingen (1 avond per week). Enkele honderden bezoekers stromen toe.

1899 (voorjaar). De familie Klingbeil gaat voor drie maanden met verlof naar de VS. In die tijd verkopen zijn ouders de boerderij. De hele familie met uitzondering van de oudste zoon en dochter gaat mee terug naar Nederland. Zij vestigen zich te Utrecht.

1899 (najaar). Klingbeil gaat naar Friedensau bij Magdenburg, een dorpje in het oostelijk deel van Duitsland, aldus een bericht opgenomen in de Duitse editie van de ‘Zions-Wachter’: ‘Ook ‘br. (Johannes) de Heer war für beratung zugegen’. Klingbeil is de oprichter van de adventgemeente te Magdenburg. Hij heeft vermoedelijk al in de zomer van 1893 de eerste contacten gelegd met de eigenaar van de ‘Klappermühle’ (een grondstuk met opstallen te Friedensau). In 1899 wordt de koop gesloten. Friedensau groeit uit tot één van de belangrijkste opleidingscentra van de Adventkerk in Europa.

1900 (juli). Tijdens een conferentie te Friedensau wordt Pieter Rijsdam als eerste Adventpredikant van Nederlandse bodem ingezegend.

1900 (december). De grootste algemene vergadering van de Adventkerk in Nederland (tot dan toe) wordt gehouden te Utrecht. Loughborough, Conradi en dr. Hoenes zijn als gasten aanwezig. Laatstgenoemde brengt de gezondheidsboodschap.

1901 (april). Een kwartaalbericht van de sabbatschool in de Duitse editie van de ‘Zions- Wachter’ maakt melding van elf adventgemeenten (respectievelijk groepen) in Nederland: ‘Amsterdam, Den Haag, Haarlem, Den Helder, Leiden, Rotterdam, Utrecht, Velp, Winschoten, Zutphen, Zwolle, met een totaal van 204 gedoopte leden’. De collecte voor de nieuw op te richten zendingsschool ‘Friedensau’ levert 2607,78 Duitse Rijksmarken op.

1901 (november). Het gemeenteblad ‘De Arbeider’ wordt opgericht (nu ‘Advent’). Klingbeil schrijft als inleiding: ‘Wij geloven dat al onze broeders en zusters inderdaad arbeiders voor de Heer moeten zijn’. (De Arbeider april 1901 (deel 1)  (deel 2)

1902 (januari). Tijdens een algemene vergadering te Amsterdam wordt besloten tot de ‘samenvoeging van de Nederlandse en de Vlaamse zendingsvelden’. Tevens wordt tot de oprichting van een vereniging besloten. Klingbeil wordt gekozen als voorzitter.

De vereniging heet: ‘Nederlandse Vereniging der Zevende-dags Adventisten’ en wordt als zodanig ter kennis gesteld aan de regering. De Statuten worden gepubliceerd in het gemeenteblad De Arbeider, maart 1902 p. 10   p.11   p.12

1902 (april). Jan Knecht schrijft een artikel in het gemeenteblad (April 1902, blz.14). Hij is Klingbeils zwager. Hij werkt als kandidaat-predikant te Zutphen en omgeving en is tevens secretaris van het hoofdbestuur. Het opschrift van zijn artikel luidt: ‘Uit het dorre Oosten’. Knecht verwijst in de eerste zin naar een artikel van zijn collega Pieter Rijsdam (eerste ingezegende Nederlandse predikant). Rijsdam’s artikel staat namelijk op dezelfde bladzijde afgedrukt. De titel luidt: ‘Uit het Noorden des lands’. Rijsdam is dan predikant te Groningen. Hij schrijft over ‘weinig warmte in de koude noordelijke harten’. Rijsdam en Knecht gaan twee maanden later mee met afscheiding. In april slaat vermoedelijk de twijfel al toe. De eerste zin van Knechts artikel luidt dan ook: ‘Schrijft Pieter Rijsdam iets uit het koude noorden, zo gevoel ik mij gedrongen een stem uit de dorre heide te laten horen’. De teneur van beide artikelen is: ‘Er zijn hier en daar lichtpuntjes, maar de tegenstand is groot’. De heftigste tegenstand komt, volgens Knecht, ‘van de zijde der Gereformeerden en Darbisten’.

Het standpunt van de Darbisten schijnt de meeste indruk op beiden gehad te hebben. Zij nemen twee maanden later de periodeleer van de Engelsman Darby over waarin de heilsgeschiedenis verdeeld wordt in vier perioden: (1) Adam tot Mozes (2) Mozes tot Christus (3) De onzichtbare regering van Christus (4) De zichtbare regering van Christus. De eerste en derde periode zijn maatgevend. In de eerste periode (Adam tot Mozes) staat Gods verbond met Abraham centraal. Een verbond van geloof zonder werken met het uitzicht op Christus. De tweede periode (Mozes tot Christus) is de ‘onder de wet’ periode. Daarin horen de zevende-dag ‘sabbat’ en ‘het heiligdom’ thuis. Beiden zijn alleen bedoeld voor het joodse volk en hebben geen enkele betekenis meer voor de christelijke bedeling.

1902 (juli). Een grote afscheiding vindt plaats. Bijna het hele hoofdbestuur is er bij betrokken. Ook colporteurs en predikanten. 47 van de 240 leden blijven over. (Advent Review and Sabbath Herald, December 1902)

Klingbeil ‘wankelt’. Hij treedt een heel jaar terug. Hij blijft adventist, evenals zijn vrouw. Hanz Schuberth, een Duitse kerkleider uit Hamburg, neemt zijn taak tijdelijk over. In de beginjaren is de Nederlandse inbreng groot. Johannes de Heer en Jan Knecht zijn samen bij de afscheiding betrokken. Zij werken als een team (de Heer en zijn Knecht). Knecht werkt bij de Heer in de zaak. Beiden worden later prominente figuren in de interkerkelijke ‘Maranatha beweging’. De afscheiding veroorzaakt een breuk in Klingbeils familie. Knecht is Klingbeils zwager. De verhoudingen zijn ernstig verstoord. De familie Klingbeil is zwaar aangeslagen.

Conradi wordt geacht het probleem op te lossen. Hij komt naar Rotterdam voor een vergadering samen met de dissidenten. Hij laat zich ontvallen: ‘Wij zijn als adventisten niet zo bekrompen dat wij geloven dat er in het hemels heiligdom twee vertrekken zijn…’. Volgens de dissidenten ontkent hij daarmee de heiligdomsleer van de Adventkerk.

Conradi stapt in 1933 (op hoge leeftijd) over naar de Zevende-dag baptisten. Hij schrijft bij zijn vertrek in een brief dat hij al vanaf 1901 z’n twijfels had. Zijn opmerking te Rotterdam zaait verwarring. In zekere zin is hij medeverantwoordelijk voor de afscheiding. Later zou hij verklaren dat de reiniging van Daniël 8:14 niets te maken heeft met de reiniging van de Grote Verzoendag. Het betreft (volgens hem) een reiniging als gevolg van een ontwijding van de tempel door heidense vorsten.

Ook Joseph Wibbens mengt zich in het debat. Volgens hem raakt Conradi verstrikt in geopolitieke verklaringen met betrekking tot Daniël 8:11-14. Hij zou te weinig oog hebben voor de zinnebeeldige implicaties. Ook Pieter Schilstra is ooggetuige. Volgens hem stelt de scheidende partij de bijbelse tijdprofetieën geheel buiten werking. Zowel protestanten als rooms katholieken maken zich daaraan schuldig.

Ellen White wordt door de tegenpartij als een valse profetes beschouwt. Mogelijk hebben Klingbeil en Wibbens geen antenne gehad voor Nederlandse gevoeligheden op dit punt. Zij prijzen haar visionaire gaven voortdurend met het nodige enthousiasme aan. Een vrouw met zoveel charisma en invloed wordt in het kerkelijke Nederland als zeer ongewoon beschouwd.

1902/03. Klingbeil wordt betrokken bij de oprichting en exploitatie van een afdeling gezonde voeding te Rotterdam. Hij blijft een jaar in Utrecht wonen.

Oprichter Adventkerk in Vlaanderen 1903-1910

1903 (september). Klingbeil wordt gevraagd om te Antwerpen een nieuwe gemeente op te richten.

1904. Klingbeil doopt als eerste J.L.Loots, een voormalig heilssoldaat. Loots wil Adventpredikant worden. Hij staat bekend als de eerste Vlaamse Adventpredikant. Hij trouwt met Klingbeils zuster Martha in 1906. Het echtpaar Loots

Klingbeil heeft twee zusters en een broer. De ouders van Klingbeil zijn al eerder vanuit de VS naar Nederland verhuisd. Zijn zuster Martha is ook meegekomen. Klingbeils broer en een andere zuster zijn in de VS gebleven.

1905. De nieuwe groep adventisten in Antwerpen wordt officieel georganiseerd als adventgemeente.

1905. Klingbeil wordt opnieuw tot voorzitter van het Nederlandse Veld gekozen. Veel leden die aanvankelijk bij de afscheiding betrokken waren zijn weer teruggekeerd. Hanz Schuberth gaat weer terug naar Hamburg.

1906. Klingbeil wordt gevraagd om in Brussel een nieuwe gemeente te stichten. Hij verhuist en begint met het houden van openbare lezingen op nieuwjaarsdag 1907.

1907 (juli). De eerste twaalf adventisten worden te Brussel gedoopt.

1907 (september). Amerika schenkt een linnen tent van 12 bij 18 meter voor het werk in België. Bij de eerste openbare lezing zijn alle 250 plaatsen bezet.

1907 (oktober). Volgens de Duitse editie van de ‘Zions-Wachter’ telt het Nederlandse Veld nu 175 gedoopte leden

1908 (april). De eerste gemeenteorde voor de Adventkerk in Nederland wordt gepubliceerd in het gemeenteblad (De Arbeider, april 1908) (blad 1)  (blad 2)  (blad 3)

1908 (september). Klingbeil verhuist van Brussel naar Den Haag. Joseph Wibbens neemt tijdelijk zijn plaats in te Brussel.

Op 7 september wordt tijdens een jaarconferentie in Den Haag besloten dat ‘Jacob van de Groep als colporteur wordt uitgezonden naar Nederlands-Indië’. Hij is de eerste Nederlandse werker die wordt uitgezonden. Pas in 1925 gaat Hendrik Eelsing als eerste predikant/zendeling.

De ‘Getuigenissen voor de Gemeente’ van Ellen White worden in het Nederlands vertaald.

1909 (juni). Klingbeil begint met de tentzending in Den Haag. Op zondag 17 juni 1909 worden zeventien zielen gedoopt. Onder hen bevinden zich Philip Brouwer en zijn gezin bestaande uit zijn vrouw, twee zonen en twee dochters. Philip is directeur van de spoorwegen op Java. Zijn vrouw is een Javaanse. De kinderen zijn allen op Java geboren. Het gezin woont te Buitenzorg. Philip gaat in 1908 met pensioen. Hij vertrekt voor twee jaar naar Nederland voor familiebezoek. De familie komt in Den Haag in aanraking met Zevende-dags adventisten. Het hele gezin wordt door Klingbeil gedoopt. De vier kinderen bezoeken in 1910 de opleidingsschool in Friedensau. Zij willen zich voorbereiden op een leven in dienst van de Heer. Een van de dochters leert te Friedensau de latere Duitse zendeling Zimmermann kennen. Zij vertrekken in 1921 als echtpaar naar Nederlands Indië. De familie Brouwer bezoekt in 1910 een congres van de Europese Divisie te Brussel. Vermoedelijk ontmoet een van de twee zonen daar mej. S. E. Weidner. Hij wil met haar trouwen en haar meenemen naar Nederlands-Indië. Haar broer, de Nederlander Hendrik Weidner, is in die tijd Adventpredikant te Brussel. Hij adviseert haar om eerst het opleidingscentrum van de Adventkerk te Watford (Engeland) te bezoeken. Daar wordt zij in 1911 gedoopt. Daarna volgt zij haar geliefde naar Nederlands-Indië. Zij staat aan de wieg van de Adventgemeente te Bandoeng op Java. (Advent juli-aug, 1981 blad 1)  (blad 2)  (blad 3)

1909 (augustus). In Den Haag wordt voor het eerst de jaarlijkse conferentie in een tent gehouden. (De Arbeider, okt 1909)Voor het eerst wordt Nederlands-Indië vertegenwoordigd door de Duitse zendeling Wantzlick uit Sumatra.

1910 (januari).Vlaanderen en Wallonië worden verenigd tot het Belgische Veld als onderdeel van West-Duitse Unie. Vlaanderen wordt losgekoppeld van Nederland. Het nieuwe veld telt 110 gedoopte leden, ongeveer gelijk verdeeld tussen Vlamingen en Walen.

1910 (oktober). In het kerkblad ‘De Arbeider okt 1910’ verschijnt een bericht over het aanstaande vertrek van Joseph Wintzen naar Duitsland. Hij heeft bijna veertien jaar in Nederland gewerkt (vanaf 3 januari 1897). De eerste vier jaar als ‘Chef’ colporteur om het uitgeverswerk volgens Duits model te organiseren. Hij wordt in 1907 ingezegend als predikant, maar kan zich niet waar maken. Hij is niet opgewassen tegen de Anglo-Amerikaanse invloed van Klingbeil, Wibbens en Schilstra. Hij werkt als predikant voornamelijk in de veenkolonies van Groningen en Drente, maar ook in Rotterdam en Amsterdam. Hij heeft in vergelijking met leeftijdsgenoten als Wibbens en Schilstra slechts matig succes. Wintzen is echter een vertrouweling van Conradi. Hij vervult in Duitsland (1910-1922) verschillende kerkelijke functies. Hij schrijft in opdracht van Conradi in 1915 de omstreden brochure ‘Der Christ und der Krieg’. Mede als gevolg daarvan ontstaat in Duitsland een reformatiebeweging.

Voorzitter van het Belgische Veld 1913-1919

1911. Klingbeil verhuist opnieuw naar Brussel. Hij woont in de Vlaams-sprekende gemeente Schaarbeek.

foto 6

Gezin Klingbeil in Schaarsbeek

Hij wordt uiteindelijk gekozen tot voorzitter van het verenigde Belgische Veld. Wibbens neemt in Den Haag zijn plaats in als voorzitter van het Nederlandse Veld. Daar komt nu voor het eerst een Nederlands bestuur. Klingbeil werkt in het Belgische Veld nauw samen met Albert Roelands. Hij houdt openbare lezingen met drie tenten tegelijk.

Pionierswerk in België is zwaar. De verhoudingen tussen rooms-katholieken en protestanten staan op scherp. Klingbeil en Wibbens passen zich aan en gebruiken onconventionele middelen zoals het houden van lezingen in tenten of in ruimten bestemd voor bruiloften en partijen. Zij leggen vlugschriften op kerkbanken en verpulveren tijdens ‘openbare lezingen’ gewijde hosties, etc. (Zie ook Adventbode, mei 1977 blad 1(blad 2)

1914. Als gevolg van het uitbreken van de Grote Oorlog worden de tenten afgebroken en opgeslagen in Klingbeils woning te Schaarbeek. De Amerikaanse consul biedt de familie Klingbeil een vrije overtocht aan naar Amerika. Maar Klingbeil blijft op zijn post. Bij het uitbreken van de Grote Oorlog schrijft hij in het evangelisatieblad Teekenen des Tijds: ‘Herhaalde malen hebben wij in dit blad er op gewezen dat volgens de duidelijke uitspraken van sommige profetieën, de Turken hun zetel naar Jeruzalem zullen verplaatsen. Zie bijvoorbeeld Daniël 11:45….’. ‘De verdrijving van den Turk uit Europa, is voor de kinderen Gods het teken van de ophanden zijnde wederkomst des Heren en de opstanding der doden, zie Daniël 12:1, 2’. De Generale Conferentie in de VS maant tot voorzichtigheid. Maar voor evangelisten als Klingbeil en Wibbens is alles duidelijk: ‘Het einde van de wereld is nabij. Jezus komt, zijt gij bereid’.

1914. Een artikel van Conradi verschijnt in het kerkblad ‘De Arbeider’ over het ‘militaire vraagstuk’. Hij schrijft over ‘de vijand die vernielt en verbrandt… geen middel is voor hem verwerpelijk… Zij die thuis in alle rust mogen vertoeven en op sabbat in alle vrede samenkomen kunnen dit doen omdat een muur van helden hen beschut. Waar heden miljoenen mannen hun leven en alles op het spel zetten, om hun vaderland te beschermen en schouder aan schouder staan… betaamt het Gods volk zeker, dat men zich niet met vragen bemoeit, die wij niet hebben op te lossen…’ Kortom Conradi rechtvaardigt de oorlog en ziet geen heil in het stellen van (gewetens)vragen.

1915 (december). Wintzen schrijft namens de Europese Divisie de omstreden brochure ‘De Christen en de Oorlog’. Hij valt (evenals Conradi) ten prooi aan de Duitse oorlogspropaganda. Hij probeert het standpunt van de Duitse leiding theologisch te onderbouwen en gebruikt voorbeelden uit de Bijbel als: (1) Abraham bevrijdt Lot. (2) Volk Israël verovert Kanaän. (3) Kores en Nehemia. (4). Instellen van de doodstraf. (5) Romeinse soldaten die gedoopt worden etc. Zijn conclusie luidt: ‘Adventisten hebben in oorlogstijd de plicht om het vaderland met het wapen in de hand te verdedigen (ook op sabbat)’. Het standpunt van de ‘gewetensbezwaarde dienstweigeraar’ wordt door Wintzen resoluut afgewezen.

Deze zienswijze stoot veel adventisten tegen de borst. Velen verlaten de kerk. Sommigen organiseren zich in een reformatiebeweging. Dit plaatst Wibbens als voorzitter van het Nederlandse Veld voor een dilemma. Temeer, omdat Nederland neutraal blijft. Voor Klingbeil is het nog moeilijker. Duitse soldaten met een adventistische achtergrond schieten op Belgen. Berichten daarover verschijnen in de Duitse editie van de ‘Zions-Wachter’. De verhoudingen zijn ernstig verstoord. Na de oorlog wordt het Belgische Veld met veel ophef losgescheurd van de West Duitse Unie en bij Frankrijk (Latijnse Unie) gevoegd. De leider van de anti-Duitse oppositie is de Nederlandse predikant Johan Hendrik Weidner.

Een poging tot loskoppeling van het Nederlandse Veld wordt op het nippertje verijdeld. Conradi grijpt krachtig in door de verplaatsing van Wibbens naar België en de benoeming van Wintzen als voorzitter van het Nederlandse Veld.

1916 (oktober). Kandidaat-predikant Hendrik Twijnstra is als adventist de eerste ‘gewetensbezwaarde dienstweigeraar’ in Nederland. Olga, Klingbeil’s jongste dochter, overlijdt als gevolg van ondervoeding en algehele verzwakking (foto)

Den Haag, De Werker, (October 1916), pp. 58

Den Haag, De Werker, (October 1916), pp. 58

Den Haag, De Werker, (October 1916), pp. 59.

Den Haag, De Werker, (October 1916), pp. 59.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorzitter van het West-Nederlandse Veld 1919-1922

1918 (juli). De eerste jaarconferentie na de Grote Oorlog wordt gehouden in Den Haag met Wibbens als voorzitter. Het is de enige conferentie ooit zonder Duitse aanwezigheid. Er is sprake van een nieuw elan. Er worden nieuwe statuten opgesteld. Gestreefd wordt naar een eigen identiteit en rechtspersoonlijkheid als organisatie. De hang naar zelfstandigheid is groot. Als voorschot daarop wordt het Nederlandse veld opgesplitst in twee delen (West- en Oost-Nederlandse Veld). Het hoofdbestuur maakt plannen voor de aankoop van kerkgebouwen. In 1921 leidt dat tot het instellen van een bouwfonds voor een eigen school en sanatorium.

Notulen 7 December 1921

Notulen 7 December 1921

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1919 (juli). Na een kort verblijf op Collonges, het opleidingscentrum van de Adventkerk in Frankrijk, wordt Klingbeil overgeplaatst naar Den Haag en uiteindelijk benoemd tot voorzitter van het West-Nederlandse Veld.

1920 (februari). Het project ‘Weense kinderen’ dient zich aan. Het betreft minderjarigen uit adventgezinnen die ondervoed zijn. Zij mogen in Nederlandse pleeggezinnen aansterken. Conradi legt de eerste contacten. Het past binnen zijn strategie om de velden van Nederland en Oostenrijk aan een nieuw op te richten Centraal-Europese Divisie te binden, met Duitsland als kerngebied. Vooralsnog bestaat dit reorganisatieplan alleen op papier. Het Nederlandse Veld is nog niet op de hoogte gebracht.

1920 (oktober). Er verschijnt een artikel van A.G. Daniëls (leider van de wereldkerk in de VS) in het gemeenteblad ‘De Werker’, over het militaire vraagstuk. Daarin wordt de reformatiebeweging (ontstaan als protest tegen het standpunt van de Duitse leiding) veroordeeld. Tegelijkertijd wordt gesproken over ‘begane fouten’.

Een vergadering van de beide Nederlandse veldcomités o.l.v. Klingbeil vindt plaats. Er wordt besloten tot wijziging van de statuten uit 1916 m.b.t. het militaire vraagstuk. Het nieuwe besluit wordt later dat jaar bekrachtigd op een jaarconferentie te Groningen. Eerder werd instemming betuigd met het standpunt van de Duitse leiding ‘dienstplicht is burgerplicht’. In het nieuwe besluit laat het kerkgenootschap echter haar leden vrij in militaire aangelegenheden om ‘naar eigen gewetensovertuiging te handelen’. Dit artikel wordt onder Wintzen na het vertrek van Klingbeil als voorzitter vervangen door artikel 15: ‘In burgerlijke aangelegenheden erkent het kerkgenootschap de overheid als het van God ingestelde gezag’. Wintzen blijft bij zijn aantreden als voorzitter een overtuigd aanhanger van het oorspronkelijke Duitse standpunt. Het militaire vraagstuk blijft de gemoederen bezighouden.

Duitsland wordt ongeschikt verklaart als koloniale macht (Verdrag van Versailles). Dit veroorzaakt in Duitsland een collectief trauma. Het wordt de ‘grote leugen’ van Versailles genoemd. Men voelt de behoefte om het tegendeel te bewijzen. Nederlands- Indië dient zich aan. Met het openstelling van Nederlands-Indië onder Nederlandse vlag, ontwaakt nieuwe zendingsgeest.

1921 (september/oktober). In 1921 vertrekken de eerste vier Duitse zendelingen naar Nederlands Indië, te weten de families Ohme, Zimmermann (met zijn Nederlandse echtgenote Brouwer), Drinhaus en Dittmar. De eerste twee vertrekken op 24 september. De overigen op 8 oktober. Na een paar jaar Ethiopië voegt ook het echtpaar Kölling zich bij de Indië-vaarders. (De Werker, jan 1921 blad 1(blad 2)  (blad 3(blad 4)

Klingbeil noemt het een ‘heilige beschaming voor ons volk in Nederland’. Hij vraagt zich af: ‘Moeten in de Nederlandse koloniën vreemdelingen het werk beginnen en voortzetten’? (De Werker, okt 1921)

Later worden ook Nederlandse werkers uitgezonden. Zij werken onder Australische, Amerikaanse en Duitse leiding. Later blijkt dat Nederlandse zendelingen bij plaatselijke overheden meer voor elkaar krijgen dan Duitsers en Amerikanen. Het Nederlandse Veld wint steeds meer aan betekenis als springplank voor Duitse zendelingen. In 1929 wordt Nederlands-Indië officieel geadopteerd als zendingsgebied door de Centraal Europese Divisie. Het hoofdkantoor verplaatst zich van Singapore naar Bandoeng. Per 1 januari 1932 komt het Nederlandse Veld onder direct bestuur van de Centraal-Europese-Divisie met het oog op het zendingswerk in Nederlands-Indië.

1922 (januari). De Europese Divisie onder leiding van Conradi wil z’n greep op het Nederlandse Veld versterken. Dit met het oog op Nederlands-Indië. Een grote Duitse delegatie bezoekt Nederland. Er worden voorbesprekingen met de besturen van het westelijke en oostelijke veld gehouden. Het voorstel wordt gedaan om beide velden samen te voegen onder leiding van Wintzen. Als resultaat worden Klingbeil en Schilstra afgezet als voorzitters. Klingbeil wordt benoemd tot ‘specialist’ zonder nadere omschrijving. Een beslissing die in het Nederlandse Veld veel kwaad bloed zet. Conflicten met de Duitse leiding nemen toe en komen acht jaar later tot een uitbarsting. Toch wordt het Duitse voorstel op de jaarconferentie bekrachtigd. Vanaf die tijd tot 1944 blijven Duitse voorzitters, penningmeesters en predikanten in het Nederlandse Veld de dienst uitmaken.

1922 (april). Een vergadering van het hoofdbestuur met Wintzen als voorzitter maakt melding van het vinden van een goede woning door Klingbeil te Heerlen, met het doel om een gemeente te stichten.

1922 (mei). Klingbeil is aanwezig bij een vergadering van het hoofdbestuur met Wintzen als voorzitter. Hij bespreekt zijn aanstaande vertrek. Hij is door het Belgische Veld gevraagd om predikant te worden van de adventgemeente Antwerpen. Hij zal daar eind volgend jaar kunnen beginnen. Klingbeil geeft aan ‘oneervol door het Belgische Veld te zijn losgelaten’.

Notulen 10 Mei 1922

Notulen 10 Mei 1922

Hij stelt volledige rehabilitatie als voorwaarde. Zijn wens wordt zonder problemen ingewilligd.

Zijn ‘oneervolle loslating’ houdt vermoedelijk verband met de patriottische houding van de Duitse leiding tijdens de Grote Oorlog. De oorlog richt in België veel schade aan. De bezetter haalt alles leeg. De honger neemt toe naarmate de bevoorradingsproblemen groter worden. Zwakke mensen lijden dubbel. Voedingsmiddelen zijn schaars. Alles is op de bon. Artikelen verschijnen in de Duitse editie van de ‘Zions-Wachter’ over Duitse soldaten met een adventistische achtergrond die op Belgen schieten. Klingbeil heeft zich vermoedelijk niet openlijk verzet tegen de opvattingen van de Duitse leiding m.b.t. het militaire vraagstuk, met als gevolg een ‘oneervolle loslating’.

1923 (juli). In een brief aan het hoofdbestuur laat Klingbeil weten dat hij te Heerlen zes zielen heeft mogen dopen en twee eerder gedoopte leden in de gemeente heeft mogen opnemen. Klingbeil dus als stichter van de gemeente Heerlen.

Predikant van de gemeente Antwerpen en vanaf 1926 van een Hollandse gemeente in Michigan (USA)

1923. Klingbeil wordt predikant van de gemeente Antwerpen. (echtpaar Klingbeil met beide zonen)

1926. Klingbeil wordt door de Generale Conferentie in de VS verzocht om terug te keren naar zijn thuisbasis.

foto 11

Fam. Klingbeil bij hun afscheid van de gemeente Antwerpen 1926

Hij krijgt in de staat Michigan een aanstelling om onder de daar gevestigde Nederlanders te werken. Sinds 1905 is daar (opnieuw) een Hollandse gemeente gesticht, die een ervaren predikant nodig heeft die Nederlands spreekt.

1928. Klingbeil sterft in juni 1928 op 59 jarige leeftijd aan een hartaanval.

De Werker, 24e jaargang, (1 Juli 1928), pp. 55.

De Werker, 24e jaargang, (1 Juli 1928), pp. 55.

 

Publicaties van Klingbeil

Waar is de Kerk van Christus? (32 blz.)

Gods Reddende Boodschap voor deze Tijd (48 blz.)

Jezus komt, zijt gij bereid? (46 blz.)

Serie traktaten over leerstellige onderwerpen.

 

Samengesteld door drs. Hendricus G. van Rijn

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *